Bokkepruiken en gezwam

Je hebt het vast wel eens, je gaat vrijdag wat vroeger uit je werk om op zoek te gaan naar zeldzame pruikzwammen. Heb je met redelijk nauwkeurige aanwijzingen de plek waar ze volgens de overlevering groeien gevonden, staat na een uur zoeken de teller nog op 0! Vandaag was dus zo’n dag. Na honderd pruikzwam-loze dikke eiken en beuken te hebben gezien begin ik de moed te verliezen. Uiteraard is het complete incompetentie van mijn kant, dat ik ze niet vind. Nog een honderd bomen verder verleg ik de focus op andere zwammen en paddo’s. Hier in het Renkums beekdal groeien er talloze. Doordat de natuurbeheerders dood hout laten liggen een eldorado voor paddenstoelen.

En dan… juist op het moment dat ik voor een mooi setje honingzwammen op je buik lig, de camera helemaal goed hebt ingesteld, mijn adem inhoud en klik hoor ik achter me mensenstemmen. Er is een soort dwingende logica voor zulk soort zaken. Hoe kan het toch dat altijd precies hét moment opeens een kudde mountainbikers voorbij komt razen. Dat opeens een complete kleuterklas gillende kinderen uit de bosjes komt rennen of een horde dolle honden besluit dat tussen jouw lens en het object de beste plek is om een gat te gaan graven. Het is voor mij een raadsel.
Maar dit keer viel het mee. Met mijn vriendelijkste gezicht zeg ik goedendag toen twee dames met hun hondje langs komen wandelen. Dan de vraag, of ik die bosuil een eentje verderop heb gezien.
Ze wijzen me de weg naar de uil, met instructies die variëren van die derde boom rechts, vlak voor de beek rechtsachter wordt ik het bos ingestuurd. Ik moet toegeven, het kost me alsnog een tijdje voor ik het uiltje gevonden heb maar wacht een prachtbeest! Slapen tegen de stam van een els zit hij verscholen achter de takken zijn middagdutje te doen. Hij trekt zich niets van me aan en ik kan heerlijk foto’s schieten. Zo veranderd een mislukte zoektocht opeens in een verassing!

En voor wie de exacte GPS-coördinaten van die pruikzwammen heeft, ik houd me alsnog aanbevolen!

bosuil (Strix aluco)

Herst

Langzaam en stiekem gaan de herfstachtige zomerdagen over in zomers herfstdagen. Van alleen het woord al lopen de frisse rillingen me over de rug: herfssst. En toch, hoewel het hele seizoen in teken van afsterven en verschrompelen staat is het een prima seizoen om er eens lekker op uit te trekken. De bladeren aan de bomen en paddenstoelen die overal spontaan opkomen vertonen een kleurenpracht die geen schilder op zijn ezel kan krijgen. De Engelsen hebben dan ook een wat milder, warmer woord voor deze tijd: autumn. Jawel, de herfst kan juist bijzonder mooi zijn en verassen. Terwijl de regen in je gezicht striemt kun je genieten van dieren die hun winterverblijf aan het zoeken zijn. Zo zat er enkele weken geleden een ringslang op onze stoep en vonden we in de Ardennen vuursalamanders. Reeën die wegrennen door de flarden van mist. Vogels die elkaar opzoeken om aan de lange tocht naar het zuiden te beginnen. Blaadjes aan de ratelpopulieren die als de wind ze teistert klinken als een daverend applaus voor hun Maker. De herfst: verre van saai en grauw!

Vuursalamander (Salamandra salamandra terrestris)

Afbeelding 1 van 10

Bontkraagjes in de bergen

Je kunt hier zo ver weg kijken, hier moeten wel marmotten zitten. Peter ziet de eerste. Heel in de verte kunnen we duidelijk een groot knaagdier zijn hol in zien rennen. Dan ziet Annette een dikke vette marmot uitgevloerd op een rots liggen. Zijn pels lijkt wel extra dik zoals hij ligt. Hij zit op loopafstand. Peter tijgert er op af. Al snel blijkt dit bontkraagje niet alleen te zijn. Een hele familie heeft hun intrek gedaan in deze berg.

Het zou racistisch zijn om te benoemen dat de marmot eigenlijk allochtoon is voor Spanje, maar de marmot is geïmporteerd uit de Alpen voor de jacht. Als Peter te dichtbij komt heeft de leider van de groep er genoeg van. Hij gaat hoog op zijn achterste poten staan en gilt moord en brand. In een ogenblik zijn alle pluizenballen verdwenen in de talloze holen. Behalve onze dikke vriend. Die draait zich nog even rustig om. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen en blijft macho op de rots liggen. Peter kan hem goed benaderen en probeert hem van achteren te besluipen. Als Peter heel dichtbij komt besluit hij toch maar binnen verder te slapen. Hij schiet de rots af. Peter sprint het laatste stukje en loopt om de rots heen. Onze dikkerd had dit duidelijk niet verwacht. In de deuropening van zijn hol kijkt hij toe waar die asociale bruut gebleven is die zijn middagdutje durft te verstoren. Zonder dat hij weet dat die ondertussen achter hem staat. Op anderhalve meter afstand kijkt Peter naar een dikke harige kont en staart. Maar met een telelens en converter daarop geschroefd begin je in zo’n geval niets. Het enige wat overblijft is geruisloos de converter er tussen uit te halen. De eerste klik echter is voor de marmot als een pistool wat geladen wordt. In een fractie van een seconde draait hij zich om en staart met grote ogen verblind van schrik naar een gigantisch wezen die daar met zijn camera staat te tobben. Het volgende moment is hij verdwenen. Foeterend en tierend wellicht zit hij daar nu nog in zijn hol over hoe dit hem heeft kunnen gebeuren. Het zal hem lang bijblijven.

 alpenmarmot (Marmota marmota)
het bondkraagje
Valle de Hecho
Valle de Hecho
 alpenmarmot (Marmota marmota)
alpenmarmot (Marmota marmota)

Ontmoetingen in de polder

Om te genieten in de natuur hoef je niet ver te gaan. Op slecht 6 kilometer hierbij vandaan ligt een prachtig plekje: de Bolgerijsekade. Rond de Bolgerijskekade liggen mooie weilanden omgeven met grienden vol wilgen, elzenbosjes en populierenopstanden. Er lopen veel reeën in het gebied en er zitten tal van vogelsoorten. Iets voorbij de T-splitsing van de Bolgerijsekade en Kostverlorenweg kun je parkeren en vandaar neemt een wandelpad je mee de polder in. De slootjes staan voor krabbenscheer en in de natte stukjes loofbos groeien tal van paddenstoelen. De slootkanten begroeit met kattenstaarten en zwanenbloemen. Halverwege de route kom je langs een kijkscherm, maar het uitzicht over de plas water erachter is niet veel soeps. Veel interessanter is het hoornaar-nest vlak langs de route. Het zit netjes weggewerkt in een hol in een knotwilg. De knotwilgen zijn hier prachtig bekleed met dubbelloofvaren.

Vooral tegen de schemer bij de ondergaande zon is dit een prachtige plek om te zijn. De rust en stilte zijn fenomenaal. Een uil roept in de verte, een paar buizerds die vechten, een winterkoninkje wat dapper zijn territorium verdedigt. Op zo’n moment bekruipt je een gevoel wat niet in woorden is te vatten. Zoiets kan je alleen ervaren. Vooral na een dag werken kom je hier heerlijk weer tot jezelf. Hier kun je even je gedachten op een rijtje zetten. Even met God praten. Even luisteren naar de wind. Even genieten van de laatste rode zonnestraaltjes. Heerlijk!

de Viaanse put

Terwijl je van het huidige herfstweer ook redelijk in de put kan raken zijn we enkele weken geleden nog letterlijk in de put geweest. De Viaanse put wel te verstaan, onder de rook van de A2 ligt pal naast de rivier de Lek deze recreatieplas. Een plekje waar veel mensen even een frisse neus halen of de hond uitlaten maar ook een prima plek voor een frisse duik. Door de zandbodem is het water er prachtig blauw. Vlak bij de rand is de bodem vrij ondiep maar in het midden van de plas moet het vrij diep zijn. Toen we er een keer gingen duiken hebben we de bodem niet gered. Vooral op de rand tussen het ondiepe en diepe gedeelte voel je de kou je tegemoet komen.

We gingen naar het mooiste plekje om te snorkelen. Vanaf de parkeerplaats links en dan in het gebied waar je hond vrij los kan lopen meteen richting de waterkant. Er is daar onderwater een schiereilandje wat erg mooi begroeid is. Je kunt het zelfs op de satellietbeelden van Google Maps zien liggen.

Al vrij dicht bij de kant zwommen een karper en een snoek haastig weg. Helaas alleen een registratiefoto kunnen maken. Een grote baars wilde wel uitgebreid poseren. Ook de honderden voorntjes zorgde voor wat aangename plaatjes. Hier en daar een zwanenmossel of wat zebramossels en het is heerlijk genieten.

Voorntjes (Cyprinidae sp.)

Builenbrand jummie!

Tijdens onze poldersafari’s (niet te verwarren met wandelen) komen we nog wel eens wat tegen. Zo liepen we van de week langs een maisveld en viel mijn oog op iets grijs. Ik wist dat ik het wel eens eerder op een plaatje had gezien. Even Googlen leverde resultaat op: builenbrand. Een schimmel die de maisplant parasiteert. Hoewel die heerlijke middeleeuwse naam anders doet vermoeden is het geen probleem voor de volksgezondheid. Er gaan wel wat spookverhalen te ronde maar de sporen van de schimmel zelf zijn niet giftig. Wel kunnen op de builen nieuwe schimmels groeien die soms wel giftig zijn.

In Nederland zie je het niet vaak. Dit komt omdat de schimmel warme zomers nodig heeft om goed te gedijen. Daarnaast moet het tijdens de zomer een periode flink droog zijn geweest. Bij droogte ontstaan scheurtjes in de maisplant en kan de brandschimmel binnendringen. In Midden-Amerika doet de schimmel het wel goed. Daar wordt hij zelfs gekweekt. In Mexico worden de aangetaste, onrijpe kolven als een delicatesse gegeten, waar het huitlacoche wordt genoemd. Je kunt het zelfs ingeblikt kopen. Zelfs online, hier bijvoorbeeld.

Onverwachte ontmoetingen

Als ecoloog heb ik het voorrecht af en toe naar buiten te mogen gaan om de natuur observeren. Hierdoor kom ik in uiteenlopende landschappen terecht met bijbehorende planten en dieren. Hoe simpel of saai een opdracht lijkt, door de variatie in de natuur gaat het nooit vervelen.

Zo had ik laatst een prikkelig veldbezoek. Letterlijk. Het gebiedje bestond voornamelijk uit hoge bomen. De ondergroei bestond voornamelijk uit speenkruid, fluitenkruid, brandnetels en frambozen. De laatste prikten door mijn kleding heen. De bomen leken in geen jaren gesnoeid te zijn. Aan de wilgen was een stukje geschiedenis af te lezen. De eerste meter heeft een aanzienlijker omvang dan de takken na de splitsing. Meerdere bomen vertakten zich op gelijke hoogte. Dit laat zien dat het hier vroeger waarschijnlijk een hakhoutbos of griend is geweest.

Maar juist op zulke momenten weet je dat je geen doorsnee baan hebt. En dat niet alleen, door mijn werk ontmoet ik veel inspirerende mensen en soms loop ik met veldwerk tegen onverwachte plant- en diersoorten aan. Soms schat je in dat je in een klein stukje leefgebied geen of hooguit één hazelworm zult vangen. Vang je er drie! En vind je zelfs een zandhagedisje. Of andere leuke soortjes zoals de heivlinder, kommavlinder, boskakkerlak en mieren in allerlei soorten en maten. Heel verrassend.

Om hazelwormen te vangen gebruiken we trouwens een soort rubberen golfplaatjes. Door de kleur van de plaat warmt dit plekje ’s ochtends het snelste op in de ochtendzon. Hazelwormen zijn koudbloedig en hebben zon nodig om actief te worden. Zo’n plaatje is daarom een ideaal plekje om eens lekker onder te gaan zitten. Tot de ecoloog langs komt en je even herplaatst. In Karels Tuin hebben we inmiddels ook twee golfplaatjes liggen. Helaas blijkt het hazelworm bestand niet erg hoog te liggen in de polder! 🙂 Wel komen we geregeld vuurwantsen tegen en is de eerste muis gesignaleerd.

Paddo’s in de polder

Dit verhaal begon bij een berichtje wat we kregen van @EstherTienhoven: “We gingen de schapen controleren en toen kwamen we iets geks tegen in het bos. We kunnen het niet plaatsen … jij?”

Wat zou dat zijn? Het lijkt wel rijp op een grasspriet, maar dat kan niet in de zomer. Hele kleine kevertjes misschien? Na wat research op internet komen we erachter. Het geks blijkt niets minder te zijn dan Witpootglinsterkopjes (Diachea leucopodia). Een minuscuul slijmzwammetje wat vrij zeldzaam is. Het plan is snel gesmeed: op zaterdagmiddag gaan we het zwammetje bewonderen.
Aangekomen op de boerderij gaan we op poldersafari in een oude Willy leger jeep. Een dergelijke auto rij je voor de fun, niet voor het comfort. Aangekomen op locatie treffen we een diversiteit aan planten aan. Een laagveenbosje waar weinig ingegrepen wordt door mensen. Langs een smal paadje, aan de voet van de boom is een groepje brandnetels en grassprieten overgroeit met iets wits. Het Witpootglinsterkopje! Alles is er mee bedekt, gras, brandnetels. Prachtig om te zien! Zoals de naam al aangeeft heeft het minuscule hoedje van elke paddenstoel een prachtig glanslaagje. Alleen met een goede macro-foto kun je dit zien.

Inmiddels schieten de paddenstoelen trouwens overal echt weer als paddenstoelen de grond uit. Vlakbij ons huis kun je duivelseieren vinden. Deze eieren zijn het begin van de grote stinkzwam.

Witpootglinsterkopje - Diachea leucopodia

Afbeelding 1 van 10

Een dag vol verassingen

Vandaag zouden we zogenaamde “zijwangen” voor onze Erdman Schmidt tent gaan kopen. Deze stukken doek kun je aan de zijkant van je tent bevestigen waardoor je een soort halletje krijgt naar buiten. In Drenthe woont Gjalt van der Wal die nog veel van ons al 15 jaar lang failliete favoriete tentenmerk verkoopt. We hadden hem gemaild met het type ritssluiting wat onze tent heeft. Hij had nog wel wat van deze flappen in bezit. Na een rit van anderhalf uur duiken we de bergplaats van een mooi Drents boerderijtje in, opzoek naar de begeerde onderdelen. Helaas, hoewel de ritssluiting overeen komt blijkt onze tent dusdanig oud (1993) dat de rits toch niet past. Of we interesse hebben in een ander model, vraagt de man. Hij heeft toevallig nog een tent -model Krekel- wat het grotere broertje is van onze huidige tent. Prijs komen we wel uit.
Hoe het gaat gaat het, maar een kwartier later staan we in zijn tuin een tent op te zetten. We zijn niet de enige die vandaag een oude tent bij hem kopen: nog 3 andere kopers staan in de tuin met een tent te stoeien. De tent is overcompleet met grondzeilen, speciale zalf voor je tentstokken en zelfs vlaggetjes. Zodra hij staat zijn we verkocht. Een prachtige grote tent! De eerste verassing van vandaag is een feit.

Na het “ophalen van de zijwangen” gaan we door naar het Dwingelderveld. Hier schijnt een grote populatie adders te zitten. Annette heeft via via wat plekken door gekregen. De eerste locatie bevindt zich langs een fietspad. Het lijkt wel of heel 65+ Nederland zich hier op dit moment op de fiets bevindt. Desondanks duurt het niet lang voordat Peter een klein vreugdedansje maakt. Een adder! Helaas zijn we veel te laat op de dag om goed foto’s te maken. De adders zijn nu helemaal opgewarmd en daardoor extra alert. Na een paar vlugge shots glijdt hij snel het struikgewas in.

Een vrouw komt naar ons toegelopen. Hebben jullie hem gevonden? luid haar vraag. Eh… ja, reageren we verbijsterd. Zien we er dan zo duidelijk als slangenzoekers uit?! U bedoelt die adders toch? reageert Peter. De vrouw kijkt onthutst. Adders….? Nee die geocache die hier moet liggen. We liggen in een deuk. Blijkbaar kun je toch op dezelfde plek zijn voor totaal andere redenen. De vrouw murmelt nog iets dat haar kinderen het zat zijn en neemt de benen.

Al snel vinden we meer adders. Vier stuks in totaal! Allemaal erg schuw, maar wat een prachtige beesten. We lopen nog even een stukje heide op en vinden klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) tussen de bloeiende struikhei en dophei.

We vervolgen naar locatie twee. Hier is het een stuk natter. We scoren de ene adder na de andder! (slecht woordgrapje, ik weet het). Soms staan we er bijna bovenop voor we ze zien. Topplaten worden het vandaag niet, daarvoor zijn ze veel te alert maar we zien er genoeg. Het resultaat van vandaag: 11 adders en natte schoenen voor Peter! We hadden gehoopt een adder te zien, maar zoveel is ook weer een pure verassing. We gaan voldaan naar huis!

Onze eerste geocache!

Afbeelding 1 van 13

Onze eerste geocache!

Dieren in en rond de tuin

Nu de avonden lekker zijn om buiten te zitten kom je steeds meer dieren tegen. Zo ook in onze tuin. Vogels, insecten, vleermuizen, muizen, kikkers en padden er komt van alles langs. Onze tuin is zo ons klein natuurgebiedje geworden. Inmiddels is onze tuin zo bekend geworden dat we zelfs te vinden zijn op Google Maps. Zoek maar in Google naar Karels tuin. Uiteraard komt dit niet zomaar aanwaaien… hoewel komt het gros wel aangevlogen.

We hebben er wel wat aan gedaan om onze tuin zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Zo hebben we tal van vogelkastjes opgehangen, een insectenhotel en laten we hier en daar wat onkruid staan. Bovendien hebben we een muurtje van natuurstenen langs onze oprit liggen. De padden en muizen zijn hier bijzonder blij mee. Ook de bladhoop die we onder onze treugwilg hebben liggen is inmiddels bewoont. Een egel heeft er zijn intrek genomen. We hadden er al een rieten egelhuis onder geplaatst, maar meneer vond de andere kant van de bladhoop geschikter. Zelfs het rommelige bedrijfsterrein van Schepkaas aan de Kerkweg heeft tegenwoordig bewoners: een paartje steenuilen. Zo zie je maar hoeveel natuur er vlakbij om je heen leeft.

Kiekendieven kieken

Wie bij Kampina meteen aan een melkproducent denkt moet nodig eens naar buiten. Vandaag zijn we in de Kampina geweest. Een natuurgebied met bos, heide en beekdalen in Noord-Brabant. Maarten, Arné en ik gingen vroeg op pad, om 7:00 stonden we op de parkeerplaats. Zonder koffie welteverstaan want die stond vergeten op de keukentafel bij familie Roest. Al snel zien we op de weilandjes langs het pad reeën. Ze hebben nu nog een woeste vacht vol vale plekken door het wisselen van de wintervacht in een zomervacht. Het moment is prachtig: dauw op het gras, vogels die de nacht weg fluiten, een specht die opzoek naar zijn ontbijt en er lustig op los tikt. Alleen het tikken van de camerasluiter en verder niets. De atmosfeer is adembenemend mooi.

Iets verder worden we compleet verrast. Een ree staat op enkele meters van het pad als we hem passeren. Een moment staart hij ons roerloos aan om vervolgens weg te sprinten het schemerige bos in. Op het pad vliegt een goudvink op. Ook al zo’n prachtig beest. Vanuit het bos lopen we richting een vennengebied waar een kijkscherm geïnstalleerd is. Opeens vliegt en pijlsnel iets over ons heen. Een visarend is op de plassen bezig geweest om vis te verschalken. Bij het kijkscherm zelf is niet veel te zien, wat eenden en ganzen bevolken de plas. Het weer is wat bewolkt en fris. In een boom vlakbij zit echter een gekraagde roodstaart te zingen. Blij met alles wat we hebben gezien lopen we richting de heide. We horen iets tjirpen. Met lange halen wordt het tjirpen herhaald. Als ik niet met van die vogelkenners op pad was geweest had ik gedacht dat er een reuze sprinkhaan in de bosjes had moeten zitten. Ik vergis me echter, het gaat hier om een vogel: de sprinkhaanzanger. Bij sommige vogels vraag je je af waar ze hun naam aan te danken hebben (neem nou bijvoorbeeld de merel) maar bij deze is het onmiskenbaar! We wachten en wachten, maar hoewel het vogeltje treiterend blijft zingen laat hij zich niet zien. Als we op het punt staan het op te geven zie ik in een flits iets door het gele gras heen schieten. We houden ons muisstil en wachten. Maar dan wordt het wachten beloond! In een omgevallen dennenboom hupt meneer van tak tot tak. Af toe kunnen we snel een glimp van hem opvangen. Prachtig!

Na een setje registratieplaten lopen we verder. Op de heide bungelt een leeuwerik in de lucht. Met sierlijke duikvluchten komt hij af en toe naar beneden. We proberen zijn buitelingen vast te leggen maar oh wat is hij snel! Verderop bij de vennen vinden we ronde zonnedauw. Hoewel hij nog op de rode lijst staat, zie je hem tegenwoordig steeds vaker. Hij is officieel sinds begin dit jaar ook niet beschermd. Een prachtig plantje groeit op een polletje veenmos middenin het water. Ik leun met mijn voeten op een pol gras. Ik moet met mijn armen reiken om het plantje goed scherp te krijgen. Nog ietsje dichterbij voor een goed shot. Ik voel beweging bij mij voeten en ja hoor. Ik zak dwars door de pol zo het moeras in. Natte voeten, schoenen en broekspijpen, heerlijk.

We gaan richting huis. We hebben zoveel gezien dat we het gevoel hebben er al een dag op te hebben zitten. Dat terwijl het nog maar 12:00 uur is. Dit is pas nuttig je tijd besteden! Thuis gekomen vieren we de belevenissen met wat broodjes kroket. We denken na wat we vanmiddag nog kunnen doen. Annette wil nu ook wel mee. Hoewel de lucht wat betrekt rijden we richting de Zouweboezem. Hier in het riet broeden wat paartjes bruine kiekendieven. Nog voordat we de auto hebben geparkeerd zien we al een mannetje aan komen vliegen. Hij lijkt neer te storten in het riet. We worden goed voorzien vanmiddag. Je hoort ze van ver al roepen: een hoge krijsende schreeuw. De vliegshow gaat continue door, het mannetje en vrouwtje wisselen we elkaar af. Er blijken minimaal 3 kiekendieven te vliegen. Het onderscheid is bij de vrouwtjes te zien. De ogen van het jonge vrouwtjes zijn bruinzwart, naarmate ze ouder worden worden de ogen geler. Dit zie je terug op de foto’s. Eentje maakt zelfs nog even een duikvlucht. We schieten leuke kiekjes en zo toppen we deze topdag nog eens extra goed af.

Video:

Fotos:

Kieviten speuren

Het is weer kieviten tijd! De zwart-wit gekleurde fladderaars zijn volop aanwezig in de polders. Net als voor hun betekend dit dat ook wij weer aan de slag zijn. We helpen een handje met het markeren van de nesten. Door om het nest heen twee stokjes met felgekleurde tape te plaatsen weet de boer waar hij een stukje om moet rijden als hij zijn land bewerkt. Vandaag vonden we weer flink wat nesten. Nu maar hopen dat de jongen het redden. Bescherming is belangrijk: de kieviten, maar ook andere weidevogels zoals grutto’s, tureluurs en veldleeuweriken broeden op akkers en weilanden. Door de bewerking van het land zoals ploegen en maaien gaan de nesten kapot en worden de jongen gehakseld in de maaibalk. Wanneer het grootste deel van de wereldpopulatie in Nederland broed, is bescherming belangrijk om de soort niet te laten uitsterven. Naast flink wat kilometers lopen op de akkers lopen hoort ook eindeloos turen naar het weiland om de zogenaamde nestblijvertjes te lokaliseren.

De natuur om ons huis komt ook weer flink in beweging. De eerste ringslangen zijn gespot evenals een kerkuil, bosuil, rietgors, een torenvalk, vleermuizen en pinksterbloemen.

Een van de vele kievitsnesten

De stilte

Afgelopen zaterdag weer heerlijk even naar de Veluwe geweest. Vanaf de Aardhuisweg bij Uddel een prachtige wandeling door de bossen gemaakt. Overal zie je hoe de natuurlijk de lente aan het inademt. De eerste groene blaadjes verschijnen al aan de bomen. Het wild liet zich ook nog even zien, hoewel de herten nog erg wegvallen met hun wintervacht in het donkere bos. Met vijf edelherten, drie zwijnen en twee mandarijneendjes(?!) viel onze score in het niet bij de ongelooflijke aantallen wild die Pieter en Jacob diezelfde dag zagen. Desalniettemin een prachtige tocht. Na verloop van tijd begon het zachtjes te regenen waardoor zelfs de fluitende vogels niet meer te horen waren. Alleen maar het geluid van vallende druppels in een doodstil bos vol met mist. Prachtig!

De laatste zonnestraaltjes

Al doende leert men…

Zachte blaffende geluiden. Geen geritsel of voetstappen. Ik luister nog eens goed: het komt dichterbij. Zou dat…? Echt waar…? Terwijl ik wakker wordt van deze geluiden en om me heen probeer te kijken ontdek ik wat de Sahel met je doet: mijn ogen voelen aan alsof ze gezandstraald zijn en op een heldere sterrenhemel na zie ik geen hand voor ogen.

‘Mijn zaklamp’ flitst het door me heen. ‘Waar is nou die felle zaklamp?’ Zodra ik mijn hand wil uitsteken naar de grond realiseer ik me dat ik buiten lig. Op een Hausa bed onder een klamboe. De klamboe is zorgvuldig ingestopt onder de matras om ongedierte als gekko’s, spinnen, loopkevers, schorpioenen en ander ongewenst gespuis uit m’n bed te houden. Snel naar een zaklamp op de grond grissen zit er niet bij. Fel is de meegenomen zaklamp evenmin en goede kwaliteit batterijen zijn lokaal moeilijk verkrijgbaar. Bovendien is het niet zonder risico om in het duister door de natuur te struinen waar onbekende giftige beesten op strooptocht zijn. Omdat ik mijn ogen amper open krijg door de droge lucht gemengd met fijn stof leg ik mij neer bij de situatie. Mijn lippen zijn gescheurd van de droge lucht die met een zwoele wind over het bed waait. Ik draai me om en blijf luisteren naar roepende woestijnvossen die vanaf twee locaties heel dichtbij zijn. Volgende keer toch die MagLite onder m’n kussen leggen!

De volgende morgen vinden we twee locaties waar de vossen holen hebben gegraven.

Indrukwekkende geweidragers

Tien jaar terug had ik nog geen mooie 300mm lens. Mijn glas beperkte zich toen tot een 200 mm kit lensje. (die jij nu hebt, Klaas-Jan) Geluk had ik wel die ene dag. Het is midden op de dag als ik in de zinderende hitte een een klein stukje heide oploop in Elspeet. Voor de ingewijde, het stukje heide vlakbij snackbar het tentje. Vlakbij zie ik vier indrukwekkende geweidragers. Allemaal nog prachtig in het bastgewei. Een 8-ender, 2 10-enders en zelfs een 14-ender, Zodra ze me in de gaten hebben zetten ze het op een lopen. Het hart klopt in mijn keel als ik beduusd mijn foto’s terug kijk. Meer informatie over deze prachtige dieren: hetedelhert.nl

Edelherten op heide in Elspeet
Edelherten op heide in Elspeet

Verblindende engerd

De hazelworm (Anguis fragilis) tref je vaak aan op zandpaden en asfaltwegen waar de zon opstaat. Op de warme ondergrond liggen ze relaxed te zonnen. Helaas met veel verkeersslachtoffers tot gevolg.

Dit beestje is overigens geen slang, hoewel hij daar veel van weg heeft. Het is een hagedis. De typische kenmerken van de slang zoals een gespleten tong ontbreken. Ook kan hij net als de hagedis zijn staart laten vallen bij dreiging.

Als je ooit een hazelworm wilt zien weet ik een uitstekende plek. Vlakbij Hammer, net over de Duitse grens. Sowieso een prachtige plek om een keer langs te gaan. Annette en ik kamperen vaak in het voorjaar bij Camp-Hammer, een prachtige camping midden in de Eifel. In het Duits heet hij trouwens “Blindschleiche”, iets wat verblindende engerd zou betekenen door zijn glanzende uiterlijk.

hazelworm (Anguis fragilis)
hazelworm (Anguis fragilis)

Loeren in het bos

’s Avonds gaan we het bos in om wild te spotten. Vanmiddag zijn we langs een wildkansel gelopen midden in het bos. We hebben goede hoop dat daar wat langs komt. Helaas is het bouwwerk niet sterk genoeg om twee personen te houden. Gelukkig hebben we ook een één-persoons schuiltent bij ons. Peter heeft deze vlak voor de vakantie op de kop weten te tikken. Daar zitten we dan. Annette in de wildkansel achter mij en ik in de schuiltent.

Notitie voor de volgende keer: een krukje meenemen! Na een half uur geknield te hebben gezeten switch ik toch maar naar kleermakerszit. Respect voor monniken die geknield mediteren. Die boomwortels onder de tent helpen ook niet bepaald. Maar dan loopt er opeens een edelhert voorbij! Gelukkig lukt het me om via het onderste kijkgat een foto te schieten. Ik probeer mijn camera op het statief voor het bovenste kijkgat te monteren. Zo’n schuiltent valt niet op, maar zo’n vierkante bewegende struik is toch wat te veel van het goede. Het hert sprint er vandoor terug het bos in.

De temperatuur in de tent begint inmiddels te stijgen. Naast de inspanning zorgt de natte bosbodem voor een hoge luchtvochtigheid. Het niet ademende polyester van de schuiltent zorgt voor een saunagevoel. Op de buitenkant landen de eerste dorstige muggen. Ik hoop dat ze de weg naar binnen niet ontdekken.

In de verte horen we raven. Dit kan beteken dat er een wolf in aantocht is! Raven volgen wolven vaak zodat ze een ‘graantje’ mee kunnen pikken als de wolf een prooi verschalkt. Met de pen van het logboek kan ik zo nu en dan de flap van de tentopening opzij schuiven om te controleren of er nog wild langs komt. Tot twee keer toe horen we vlakbij herten blaffen. Helaas blijft het daarbij. Als het te donker is om nog verder logboek te schrijven breken we op. Om 21:30 uur lopen we terug naar de auto. Onderweg naar de auto overrompelen we enkele herten die op enkele meters van ons vandaan het bos in stieren. Het is al te donker om ze nog te kunnen zien.

edelhert (Cervus elaphus)
edelhert (Cervus elaphus)

falderalderiere waterralderare

“Wat zou het gaaf zijn als we nu een roerdomp zien.” Hoor ik Maarten naast me verzuchten. “Wel jammer voor Annette die al vooruit gelopen is”, vervolgt hij.

We zien er niet uit, van onze kruin tot onze schoenen zit de modder. We hebben er een prachtige tocht opzitten door de uiterwaarden van Everdingen. En met veel succes, maar liefst vier waterrallen! Een pijlstaart, regenwulpen, watersnippen, buizerds, wintertalingen, slobeenden, aalscholvers, torenvalken, fazanten, reeën, zilverreigers en wat graspiepers. Kortom een topdag! We lopen naar de auto, nat van het languit achter je lens liggen in het natte riet, koud van het ijs wat her en der nog ligt. Het laatste stukje van het rondje gaat over de asfaltweg, terug naar de auto. Links van ons liggen de uiterwaarden, daarachter stroomt de Lek.

… “Misschien is het ook gewoon een kwestie van je ogen trainingen om ze te kunnen zien. Die roerdompen vallen echt niet op in het riet”, hoor ik mezelf zeggen. Halverwege de zin stop ik. Voor ons midden in een rietland staat een gouden standbeeld te midden van een zee van bruin. Terwijl ik mijn telelens voor mijn oog plaats zeg ik nog: “het zal toch niet?”
En ja hoor! Als kers op de taart staat midden in het riet de roerdomp!! En daar komt Annette met de auto aan! De roerdomp loopt rustig rond te banjeren en we kunnen hem uitstekend bekijken. Deze dag kan niet meer stuk!

Video:

Nachtbrakers

Laat je nooit misleiden door het woord ‘nacht’ in de naam van een dier. Deze viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis) kwamen we midden op de dag tegen in de woestijn.

We hadden ons voorafgaand aan onze reis goed ingelezen met onze Engelstalige reisgids over Niger. Toevallig vonden we bij de bronnen van de gids dat er een Nederlander had meegewerkt aan de sectie over vogels. Hij beheerde ook een database over de vogels die er voorkomen.

Na onze reis besloten we contact op te nemen met deze man. Wat wil het toeval? Hij woonde een paar huizen verder dan Hanna. Onze foto’s zijn nu onderdeel van de database: www.wabdab.org

viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis)
viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis)

Alpenanemoon

De Grote St. Bernhardpas verbindt het Zwitserse Val d’Entremont met het Italiaanse Valle d’Aosta. Ga je ooit die kant op, zorg dat je niet in de tunnel geraakt maar neem de slingerweg de berg over! Karel de Grote en Napoleon hebben deze pas te paard overgestoken. Een prachtige rit langs besneeuwde toppen, ijskoude watervalletjes en bergweides vol bloemen. Hier een foto van een alpenanemoon (Pulsatilla alpina). Onze Garmin autonavigatie vond de route overigens niet echt een succes. De hele toch heeft hij lopen kermen in zijn beste Italiaans dat we rechtsaf moesten slaan op Strada Statale del Gran San Bernardo. (een hele lange zin voor een navigatiesysteem)

alpenanemoon (Pulsatilla alpina)
alpenanemoon (Pulsatilla alpina)