De zingers van de Zouwe

Als je van vogelgeluid happy wordt is het nu wel de mooiste tijd om er ’s ochtends vroeg uit te gaan en de natuur in te trekken. Een paar weken terug was ik in natuurgebied De Zouweboezem. Dit gebied bestaat uit rietlanden, grienden en de rivier de Oude Zederik die er doorheen stroomt. Het gebied is fantastisch om vogels te spotten. Zeker als je vroeg in de ochtend bent is het een gefluit en gekwaak van jewelste. Of zoals het in het Hooglied staat: “De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt, en de stem van de tortelduif wordt gehoord in ons land.”

Na eerst even bij de broedende kiekendieven te hebben gekeken ga ik via het plaatsje Sluis naar beneden, de dijk af. Er is daar een fietspad met aangrenzend veel riet. Al snel zie ik rietgorzen en tjiftjafs. Ook de rietzangers laten zich vandaag erg goed zien. Bovenin een rietstengel zittend schreeuwen ze hun keel schor met een repertoire waar een doorsnee orkest nog wat van kan leren. Na een stukje gelopen te hebben hoor ik een snor (niet te verwarren met gelijknamige lichaamsbeharing). Na een tijd wachten komt hij eindelijk te voorschijn. Hoewel zijn verenkleed niet heel bijzonder is, is zijn roep dat des te meer. Je kunt die hier beluisteren.

Als ik bij het plankenpand sta, zie ik opeens een blauwborst in mijn ooghoeken. Deze prachtig gekleurde vogel broed in ons land van maart tot juli. Buiten deze maanden overwinteren de blauwborsten in Spanje, Portugal en West-Afrika. Heel even laat hij zijn oranje staartveren waaieren maar het vogeltje is sneller dan ik kan fotograferen. Toch een prachtige ervaring. Als ik om 11:00 uur weer terug loop naar de auto is het inmiddels druk geworden op het fietspad. Andere vogelaars zijn gekomen om ook van dit prachtige natuurgebied te genieten. Ik ga snel naar Nieuwland, daar wacht de verbouwing.

Koningsdas

Jawel, terwijl heel het Nederlandse volk de verjaardag van onze koning vierde piepten wij er tussenuit. Naar het zuiden, naar onze afvallige provincie: België. Mormont (Érezée), om precies te zijn. Hoewel daar geen rood-wit-blauwe vlaggen wapperden, vlogen ook daar de oranjetipjes om je oren. De lente is nu op volle toeren en dat kun je in de natuur goed zien. Maarts viooltje, slanke sleutelbloem, dotters, pinksterbloemen, alles groeit en bloeit. Het was dan ook weer volop genieten in de vorstelijke wouden van de Ardennen. We zagen edelherten, parende tauvlinders, boomleeuwerik, zonnende mieren, vuursalamanders, reeën, een vos (de meeste dieren waren in het oranje-bruin gestoken), maar de kroon op dit weekend was wel onze ontmoeting met Dirk Das.

We wisten al dat Dirk Das zijn intrek heeft genomen op een weilandje in de buurt. De vele holen en zandhopen verraden zijn aanwezigheid. De eerste avond en daarop volgende ochtend probeerden we vanuit een schuilhut hem te zien. Helaas zonder succes en dat terwijl de nachtcamera het bewijs leverde dat Dirk om half 9 een luchtje was komen scheppen! De tweede avond pakten we het anders aan. Op zeven meter van het burcht verwijderd positioneerden we ons in het struikgewas. De minuten vervlogen waarin we langzaam het gevoel in onze benen kwijt raakten. Na een uur roerloos te hebben gezeten vervloog de hoop. Had Dirk besloten vandaag de achterdeur te gebruiken? Het werd inmiddels ook al schemerig en de condities om een foto te maken werden slechter en slechter. Maar toen we bijna wilden weggaan is hij daar opeens: Dirk! Zijn kop boven het hol uit stekend neemt hij de omgeving eens goed in zich op. Zijn neus gaat omhoog om even alle aroma’s van de omgeving op te snuiven. Binnen enkele seconden heeft hij zijn hoofd al weer in het hol getrokken. Hij vertrouwd het zaakje niet helemaal. Na een halve minuut doet hij nog een poging. Nu komt hij even de burcht in zijn geheel uit om zijn ogen (hoewel ze niet al te best zijn) even aan het licht te laten wennen. Hij draait zich eens rond maar voelt: iets is hier niet pluis. Hij gaat weer snel naar binnen. Zijn vrouw en kinderen naar binnen dirigerend. Ze moeten nog maar even een half uurtje binnen spelen. De wildcamera laat prachtig zien hoe ze even later met hun vieren buiten de burcht komen. De kinderen dollend en spelend terwijl de ouders zich even een goede poets- en krabbeurt geven. Afijn, de beelden spreken voor zich.

En met zo’n ontmoeting is ons weekend met vlag en wimpel geslaagd!

Zwijnen in de spotlight

De verbouwing van ons stulpje gaat goed door alle hulp die we krijgen. Na drie weken bouwvakken is het echter de hoogste tijd om eens lekker te ontspannen. Voor ons betekend dat kilometers struinen door de natuur. Dit keer gingen Henk en ik wandelen in Elspeet. Een prachtig stukje Veluwe waar we inmiddels elk pad wel kennen. De auto-thermometer geeft maar liefst 31 graden Celsius aan als we uitstappen bij Mennorode. Al snel zien we reeën. Ook opvallend veel insecten: groentjes, dagpauwogen, bont zandoogjes en groene zandloopkevers. Even later zien we een zwijn door de begroeiing banjeren. Hij blijkt niet alleen te zijn, maar liefst 80 zwijnen zien we deze avond!

Het mooiste moment volgt even later. We zitten bij een weitje te posten. Aan het eind van het veld lopen wat zwijnen te wroeten. Opeens een geritsel achter ons. Bertus Big stapt vol zelfvertrouwen door het struikgewas. Vanavond zal hij ze eens laten zien wie het stoerste zwijn van het bos is! Zonder blikken of blozen stapt hij het weitje op. Hij bedenkt zich echter en besluit eerst nog even lekker wat teken van zijn rug te schuren bij die boom vlakbij. Pas als hij op luttele meters van de boom is verwijderd waar wij verrast zitten toe te kijken ruikt hij onraad. Hoort hij daar de sluiter klikken van een Canon-EOS-60-D-met-300-millimeter-lens-en-teleconverter!?! Even staat hij verschrikt, als aan de grond genageld. Dan rent hij gillend met staart omhoog terug het bos in. Dan maar even wat minder stoer.

Zaterdag ben ik nog maar een keer geweest, nu met Annette. Uiteraard moesten we even langs het VVV in Elspeet om zo’n lief zwijntje in knuffelvorm te kopen voor op de babykamer. Want zeg nu zelf, ze mogen woest zijn maar zien ze er niet gigantisch knuffelbaar uit?

Hitsige heikikkers en andere kwakers

De eerste week van april is het op veel plekken zover: de temperatuur stijgt iets waardoor kikkers en padden op slag verliefd worden. Dit is niet alleen te zien aan de grote hoeveelheid platgereden exemplaren op het asfalt of dubbeldekkers in de sloot. De heikikkers verraden hun verliefdheid doordat ze van kleur veranderen: van bruin naar lichtblauw! Een bijzonder verschijnsel.

De heikikker is een algemeen voorkomende, niet bedreigde kikkersoort die Europese bescherming geniet. Desondanks zijn ze veel minder bekend dan hun luidruchtige groene of bruine kikkerneefjes/-nichtjes. Twee jaar geleden hadden wij al geruchten gehoord dat de heikikker in de polder achter ons huis moest voorkomen. Een zoektocht vorig jaar leverde wat verdachte geluiden op, maar een waarneming kwam er niet. Tot afgelopen zondagmiddag tijdens een korte wandeling in het lente zonnetje.

Langs het druk bereden fietspad hoorden we het bekende geblob (als een fles die je onder water duwt) van de heikikker. Na wat speuren zagen we de blauwe jongens in de sloot en op de oevers zitten. Zodra je te dichtbij komt zijn ze meteen vertrokken. Wist je dat alleen de mannetjes heikikkers verkleuren in de paartijd? En als je goed oplet zie je binnen enkele honderden meters aan beide kanten van het pad meer dan 30 heikikkers zitten. Hoe hebben we die al die jaren over het hoofd kunnen zien!?
Natuurlijk is er op een zonnige middag in april nog meer te beleven in de polder. Ook de bruine- en groene kikkers blijken al flink wat kikkerdril gelegd te hebben. De ringslangen liggen weer op te warmen in het zonnetje. Zo zie je maar dat de ogenschijnlijk eentonige vlakke polder vol verrassingen zit!

Beunhazen en stille uilen

Momenteel zijn we hard aan het knutselen aan ons nieuwe stulpje in Nieuwland. Er moet veel gebroken, gesloopt, geschilderd, gestuct, geïsoleerd, etc. worden. Kortom we zijn flink aan het beun-hazen. Over hazen gesproken, de rammeltijd (paartijd) is momenteel op zijn hoogtepunt. Grote kans dat als je het weiland inloopt je een dolle haas ziet rennen. Soms verzamelen ze zich in kleine groepje om dan als een malle achter elkaar aan te rennen. De rammen vechten er goed op los en vergeten dan vaak alles om hen heen. Vanuit onze hut bij familie de Bruin kan je het goed zien. Echt genieten om na een dag ploeteren tot rust te komen in de hut.

Hoewel de grutto’s zich nu ophouden in de weilanden komt er toch regelmatig wat leuks langs. En als het niet bij de hut is dan wel ergens in het dorp. Je hoeft niet ver te gaan om van de natuur te genieten. Zo kregen wij op stille zaterdag een tip van iemand dat er op het Hoogeind een ransuil in de boom zat. Hij zat heerlijk te dutten en we konden op ons gemak foto’s schieten. Dezelfde dag zagen we ook bij restaurant Onder de Pannen een steenuil. Deze lijkt daar te broeden want sindsdien zien we hem regelmatig.

Piepers in de polder

Het is maart en dat betekent dat ook de grutto’s weer terug in ons land zijn. Het onmiskenbare gepiep ‘gruttooo, gruttooo, utto-utto-utto’ wordt weer gehoord. Na zo’n 5000 kilometer vliegen komen ze vanuit Senegal en Guinee-Bissau terug naar de voor hun vaste stekjes in onze weilanden. Uitgeput storten ze zich hier op de regenwormen en andere insecten. Al een paar jaar probeer ik foto’s te maken van deze prachtige vogels maar erg lukken wilde dat tot nog toe niet.

Tot ik vorige week een zondagmiddag wandeling in onze ‘achtertuin’ maakte. Wat een verrassing! Op het land van familie de Bruin was een pompinstallatie neergezet om het weiland blank te zetten. Hierdoor wordt een weiland omgetoverd in een plas-dras weiland. De plas-dras is erg belangrijk voor onze gasten uit Afrika! In de natte weilanden kunnen ze gemakkelijk met hun snavel in de modder porren. Zo kunnen ze hun afgetrainde buikje weer snel vullen met overheerlijke sappige regenwormen. De plas zat dan ook meteen vol met bezoekers: wintertaling, smienten, ganzen, wilde eenden en zowaar grutto’s en tureluurs!

Onze Aquila schuiltent komt nu heel goed van pas! Helaas is het nog niet zo lang licht, maar als het even kan zit ik in de tent aan de rand van de plas. Heerlijk om het ’s ochtends licht te zien worden met uitzicht over een blinkende spiegel waar af en toe wat doorheen hupt. Bijvoorbeeld een grutto vrouwtje met ringen aan haar poten. Deze is geringd door Astrid een paar weilanden verderop. Zelfs twee baltsende grutto’s kwamen even poseren. Op het toppunt zaten er maar liefst 22 grutto’s!

In het spoor van de das

Terwijl we in Nederland nog maar net onze auto ’s ochtends hoeven te krabben, ligt er in België nog gewoon sneeuw. Sterker nog, enkele dagen geleden sneeuwde het er nog. Omdat we toch in de ‘buurt’ waren hebben we een nachtje geslapen in Mormont (Érezée). In dit pittoreske plaatsje weten we inmiddels een paar locaties waar dassen wonen. Dassen houden geen winterslaap, maar zijn in de winter wel een stuk minder actief. Desondanks waren er in de verse sneeuw tal van pootafdrukken te vinden. Uiteraard hebben we de nachtcamera opgehangen vlakbij een spoor. En jawel hoor, de volgende dag hadden we een filmpje van zo’n mooie zwart-witte zwerver. Iets minder fortuinlijk ging het zijn familielid(?) af. De volgende dag vonden we hem in een veldje verderop. Blijkbaar was er al een beest aan het slepen geweest met het karkas van de dode das want er ging een bruinrood spoor door de sneeuw.

Herten spotten valt momenteel ook niet mee. Met hun donkere wintervacht vallen de reeën en edelherten weg tegen de zwart witte achtergrond. Daarbij vormen de edelherten nu grote roedels. Je ziet er dus geen één, of een heleboel tegelijk. Wij hadden het geluk een roedel te spotten. Weliswaar geen grote geweidragers (die vormen aparte roedels, los van de hindes) maar toch fantastisch om te zien!

Turkse pizza

Wie regelmatig op waarnemingen.nl zit te F-5en zal vast wel gehoord hebben van de groep velduilen die kort geleden in Noordeloos was neergestreken. De groep bestond uit bijna 20 stuks hoorde we! Nu zijn we niet zo’n type vogelspotter die op elke nieuws-flash direct in de auto stappen om half Nederland door te kachellen voor een zeldzame wit gestippelde Hongaarse slavink of iets dergelijks. Maar zoveel uilen om de hoek, daar moeten we natuurlijk wel even gaan kijken. En dus, staan we met Arné op een gure zaterdagmiddag samen met de nodige hoeveelheid auto’s in de verte te turen bij de Tiendweg. We zien buizerds, kievieten, ganzen en kramsvogels maar de uilen laten zich niet zien. Wel twee groepen reeën. Maar liefst 30 stuks in totaal! Leuk maar daar kwamen we niet helemaal voor.
Pas als we Arné hebben afgedropt worden we echt verrast. Op de Kerkweg een paar honderd meter voor ons huis zien we in onze ooghoek een sperwer zitten. Hij zit ineengedoken in de struiken een Turkse tortel kaal te plukken. We keren meteen om en kunnen een paar foto’s maken. En dan, alsof hij heeft zitten wachten komt in een flits een buizerd langs. Hij laat zich vallen op de duif. De sperwer is totaal verrast en neemt het hazenpad. De buizerd vliegt een klein stukje met zijn buitgemaakte prooi maar als hij ons ziet laat hij de duif vallen en vliegt ook weg. Zo blijft een flink stuk Turkse lekkernij op het fietspad liggen. Hmmmmmm!

Pas enkele dagen later krijgen we de velduilen te zien. Op de foto zie je er twee met een beetje fantasie. Ze laten zich niet goed zien en daar moeten we het voorlopig mee doen. Van de fazant haan die af en toe onze moestuin bezoekt kunnen we betere foto’s maken. Of van de ijsvogel die Peter regelmatig ziet als hij in de pauze op zijn werk een rondje door Veenendaal loopt. Zo zie je maar, de mooiste natuur is vaak op plekken, dicht bij huis waar je dat niet verwacht.

Vogels voeren en beloeren

De winter sluipt langzaam ons land binnen. Het kwik in de thermometer zakt ’s nachts langzaam richting nul en soms is de blauwe lucht dagenlang niet te zien. De dagen worden korter waardoor je in het donker van huis gaat én in het donker thuiskomt. Hét moment voor de vogels in Karels Tuin om verwend te worden.

De eigenaren van dit (Google) natuurreservaat voeren de vogels niet zomaar. Ondertussen worden ze -op de momenten dat ze thuis zijn bij daglicht- vanachter het glas in de keuken beloerd met een telelens om de bewegingen en gedragingen vast te leggen. De stilte wordt enkel doorbroken door een opmerkelijke “plok”, veroorzaakt door mezenpootjes die landen op het raamvoederhuisje.

Vooral pimpel- en koolmezen komen graag eten van de zonnepitten. Huismussen durven ook, maar eten liever havermout. Duiven jatten de restanten kippenvoer sinds de voederplank is ingestort. Waarschijnlijk veroorzaakt door een duif met overgewicht. Behalve de mezen lust ook de grote bonte specht graag (zoutloze!) vogelpindakaas.

Voor de fotograaf W. Illem, ornitholoog H. Erwin en boswachter M. Aarten hebben we op JoeTroep twee filmpjes gezet van het raamvoederhuisje en de vogelpindakaas. Uiteraard zijn wij benieuwd of het jullie lukt die ijsvogel of visarend naar het raam te lokken!

De Franse keuken

Een reis naar een ander land kan niet worden afgesloten zonder de lokale keuken geproefd te hebben. Daarom leek het ons afgelopen zomer op reis naar Spanje goed daar meteen mee te beginnen.

Bij aanmelding in het hotel ‘Logis Auberge le Centre’ vraagt de vrouw van de receptie of wij gebruik willen maken van het restaurant of bistro voor een diner. Ja hoor, eten in het restaurant –echt Frans eten zegt ze nog- lijkt ons een goed idee. Fout!
Om kwart voor 8 gaan we naar het restaurant. Deze blijkt klein: zes tafels. We kiezen een aperitief: Peter gaat voor een klein wijntje en Annette kiest voor ‘Le Summer Cup’. Iets wat van tropisch fruit zou moeten zijn maar erg smaakt naar multifruit van de Lidl. Daarna volgt de menukaart: in het Frans. We gaan dit keer voor veilig: kip, varken en een nagerecht met ‘sorbet’. Ieder gerecht blijkt een klein hapje waarbij nauwelijks determineerbaar is om welke gang het gaat. Een groene smurrie in slangvorm proeft verdacht veel naar brocolli, een zacht ei met spek zal ongetwijfeld die ‘porc’ van de kaart zijn. We zien er de lol wel van in en eerlijk is eerlijk, het smaakt erg goed.

Als we een paar gangen hebben gehad worden we weer voorzien van schoon bestek. Komt er nog iets? Is dit die dikke sorbet waarop we hopen? We wachten… en wachten… Inmiddels zijn al een flink aantal gasten vertrokken. Na drie kwartier wachten en een halve liter wijn (Haute Poitou) is Peter zijn geduld op. Zodra de eigenaresse met een karretje stinkkazen komt aanrijden om wat gasten hun wellicht smakelijk maar afgrijselijk geurende nagerecht te serveren schiet Peter haar aan. Ondanks of dankzij zijn aardig woordje Frans begrijpt ze direct wat hij bedoelt. Inderdaad komt het nagerecht eraan alleen heeft ze vandaag onderbezetting in de keuken. Gelukkig komt nu al snel het nagerecht. Op een bord ligt een sliert die lijkt op een dikke regenworm die enorm zuur citroenachtig smaakt. Er zijn wat stukjes cake omheen gedrapeerd en er ligt een drolletje sorbetijs naast. Een egeldrol wel te verstaan geen hondendrol formaat. Vier rimpels rijker springt Peter op van zijn stoel en vraagt de rekening.

Apekoppen

Al eerder was ik een keer naar het Renkums beekdal gegaan opzoek naar pruikzwammen (of apekoppen, zo worden ze ook wel genoemd). Een grote zeldzame paddenstoel die eruit ziet alsof iemand een pan spaghetti tegen een boom gegooid heeft. Met een laatste tip lukte het vandaag de zwam te vinden. Helaas was het al erg donker toen ik op de plek kwam. In het licht van de auto koplamp een foto kunnen schieten. De zwam wordt al wat geler en is al erg ver. Desondanks een prachtig gezicht! Nu we de locatie weten gaan we volgend jaar natuurlijk weer kijken.

pruikzwam (Hericium erinaceus)
pruikzwam (Hericium erinaceus)
pruikzwam (Hericium erinaceus)
mijn hand ter vergelijking

Achttien oranje ogen

Tussen de groene en oranje wordende blaadjes zie ik een bruin kopje. Diep oranje ogen met daarin zwarte pupillen kijken me nijdig aan. Twee oorpluimen die geen echte oortjes zijn omhoog gespitst.
De laatste middagzon schijnt af en toe net op een geel bruin verenkleed. Zachtjes valt een braakbal met daarin een compleet muizenskelet op de parkeerplaats. Het was vanmiddag werkelijk genieten. Niet één, nee, maar liefst negen ransuilen hebben hun winterverblijf gevonden vlak voor de deur bij Esther. Daar zitten ze in alle stilte te wachten tot het laat genoeg is om vleermuizen of muizen te gaan vangen. Zo tegen het eind van de herfst zoeken uilen elkaar op en gaan ze op zogenoemde roestplekken zitten. Blijkbaar vonden deze uilen een boom in het midden van een woonwijk een geschikte plek. Ik vraag me dan af of ze daar met elkaar geen mot over maken. Zoiets als: “ik zei nog dat dit geen goede boom was. Jij moest zo nodig deze boom kiezen.”

Hoe het ook zij, het levert prachtige beelden op. Esther, hartelijk dank dat je dit met ons wilde delen!

Bokkepruiken en gezwam

Je hebt het vast wel eens, je gaat vrijdag wat vroeger uit je werk om op zoek te gaan naar zeldzame pruikzwammen. Heb je met redelijk nauwkeurige aanwijzingen de plek waar ze volgens de overlevering groeien gevonden, staat na een uur zoeken de teller nog op 0! Vandaag was dus zo’n dag. Na honderd pruikzwam-loze dikke eiken en beuken te hebben gezien begin ik de moed te verliezen. Uiteraard is het complete incompetentie van mijn kant, dat ik ze niet vind. Nog een honderd bomen verder verleg ik de focus op andere zwammen en paddo’s. Hier in het Renkums beekdal groeien er talloze. Doordat de natuurbeheerders dood hout laten liggen een eldorado voor paddenstoelen.

En dan… juist op het moment dat ik voor een mooi setje honingzwammen op je buik lig, de camera helemaal goed hebt ingesteld, mijn adem inhoud en klik hoor ik achter me mensenstemmen. Er is een soort dwingende logica voor zulk soort zaken. Hoe kan het toch dat altijd precies hét moment opeens een kudde mountainbikers voorbij komt razen. Dat opeens een complete kleuterklas gillende kinderen uit de bosjes komt rennen of een horde dolle honden besluit dat tussen jouw lens en het object de beste plek is om een gat te gaan graven. Het is voor mij een raadsel.
Maar dit keer viel het mee. Met mijn vriendelijkste gezicht zeg ik goedendag toen twee dames met hun hondje langs komen wandelen. Dan de vraag, of ik die bosuil een eentje verderop heb gezien.
Ze wijzen me de weg naar de uil, met instructies die variëren van die derde boom rechts, vlak voor de beek rechtsachter wordt ik het bos ingestuurd. Ik moet toegeven, het kost me alsnog een tijdje voor ik het uiltje gevonden heb maar wacht een prachtbeest! Slapen tegen de stam van een els zit hij verscholen achter de takken zijn middagdutje te doen. Hij trekt zich niets van me aan en ik kan heerlijk foto’s schieten. Zo veranderd een mislukte zoektocht opeens in een verassing!

En voor wie de exacte GPS-coördinaten van die pruikzwammen heeft, ik houd me alsnog aanbevolen!

bosuil (Strix aluco)

Herfst

Langzaam en stiekem gaan de herfstachtige zomerdagen over in zomerse herfstdagen. Van alleen het woord al lopen de frisse rillingen me over de rug: herfssst. En toch, hoewel het hele seizoen in het teken van afsterven en verschrompelen staat is het een prima seizoen om er eens lekker op uit te trekken. De bladeren aan de bomen en paddenstoelen die overal spontaan opkomen vertonen een kleurenpracht die geen schilder op zijn ezel kan krijgen. De Engelsen hebben dan ook een wat milder, warmer woord voor deze tijd: autumn. Jawel, de herfst kan juist bijzonder mooi zijn en verassen. Terwijl de regen in je gezicht striemt kun je genieten van dieren die hun winterverblijf aan het zoeken zijn. Zo zat er enkele weken geleden een ringslang op onze stoep en vonden we in de Ardennen vuursalamanders. Reeën die wegrennen door de flarden van mist. Vogels die elkaar opzoeken om aan de lange tocht naar het zuiden te beginnen. Blaadjes aan de ratelpopulieren die als de wind ze teistert klinken als een daverend applaus. De herfst: verre van saai en grauw!

Vuursalamander (Salamandra salamandra terrestris)

Afbeelding 1 van 10

Bontkraagjes in de bergen

Je kunt hier zo ver weg kijken, hier moeten wel marmotten zitten. Peter ziet de eerste. Heel in de verte kunnen we duidelijk een groot knaagdier zijn hol in zien rennen. Dan ziet Annette een dikke vette marmot uitgevloerd op een rots liggen. Zijn pels lijkt wel extra dik zoals hij ligt. Hij zit op loopafstand. Peter tijgert er op af. Al snel blijkt dit bontkraagje niet alleen te zijn. Een hele familie heeft hun intrek gedaan in deze berg.

Het zou racistisch zijn om te benoemen dat de marmot eigenlijk allochtoon is voor Spanje, maar de marmot is geïmporteerd uit de Alpen voor de jacht. Als Peter te dichtbij komt heeft de leider van de groep er genoeg van. Hij gaat hoog op zijn achterste poten staan en gilt moord en brand. In een ogenblik zijn alle pluizenballen verdwenen in de talloze holen. Behalve onze dikke vriend. Die draait zich nog even rustig om. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen en blijft macho op de rots liggen. Peter kan hem goed benaderen en probeert hem van achteren te besluipen. Als Peter heel dichtbij komt besluit hij toch maar binnen verder te slapen. Hij schiet de rots af. Peter sprint het laatste stukje en loopt om de rots heen. Onze dikkerd had dit duidelijk niet verwacht. In de deuropening van zijn hol kijkt hij toe waar die asociale bruut gebleven is die zijn middagdutje durft te verstoren. Zonder dat hij weet dat die ondertussen achter hem staat. Op anderhalve meter afstand kijkt Peter naar een dikke harige kont en staart. Maar met een telelens en converter daarop geschroefd begin je in zo’n geval niets. Het enige wat overblijft is geruisloos de converter er tussen uit te halen. De eerste klik echter is voor de marmot als een pistool wat geladen wordt. In een fractie van een seconde draait hij zich om en staart met grote ogen verblind van schrik naar een gigantisch wezen die daar met zijn camera staat te tobben. Het volgende moment is hij verdwenen. Foeterend en tierend wellicht zit hij daar nu nog in zijn hol over hoe dit hem heeft kunnen gebeuren. Het zal hem lang bijblijven.

 alpenmarmot (Marmota marmota)
het bondkraagje
Valle de Hecho
Valle de Hecho
 alpenmarmot (Marmota marmota)
alpenmarmot (Marmota marmota)

Ontmoetingen in de polder

Om te genieten in de natuur hoef je niet ver te gaan. Op slecht 6 kilometer hierbij vandaan ligt een prachtig plekje: de Bolgerijsekade. Rond de Bolgerijskekade liggen mooie weilanden omgeven met grienden vol wilgen, elzenbosjes en populierenopstanden. Er lopen veel reeën in het gebied en er zitten tal van vogelsoorten. Iets voorbij de T-splitsing van de Bolgerijsekade en Kostverlorenweg kun je parkeren en vandaar neemt een wandelpad je mee de polder in. De slootjes staan voor krabbenscheer en in de natte stukjes loofbos groeien tal van paddenstoelen. De slootkanten begroeit met kattenstaarten en zwanenbloemen. Halverwege de route kom je langs een kijkscherm, maar het uitzicht over de plas water erachter is niet veel soeps. Veel interessanter is het hoornaar-nest vlak langs de route. Het zit netjes weggewerkt in een hol in een knotwilg. De knotwilgen zijn hier prachtig bekleed met dubbelloofvaren.

Vooral tegen de schemer bij de ondergaande zon is dit een prachtige plek om te zijn. De rust en stilte zijn fenomenaal. Een uil roept in de verte, een paar buizerds die vechten, een winterkoninkje wat dapper zijn territorium verdedigt. Op zo’n moment bekruipt je een gevoel wat niet in woorden is te vatten. Zoiets kan je alleen ervaren. Vooral na een dag werken kom je hier heerlijk weer tot jezelf. Hier kun je even je gedachten op een rijtje zetten. Even met God praten. Even luisteren naar de wind. Even genieten van de laatste rode zonnestraaltjes. Heerlijk!

de Viaanse put

Terwijl je van het huidige herfstweer ook redelijk in de put kan raken zijn we enkele weken geleden nog letterlijk in de put geweest. De Viaanse put wel te verstaan, onder de rook van de A2 ligt pal naast de rivier de Lek deze recreatieplas. Een plekje waar veel mensen even een frisse neus halen of de hond uitlaten maar ook een prima plek voor een frisse duik. Door de zandbodem is het water er prachtig blauw. Vlak bij de rand is de bodem vrij ondiep maar in het midden van de plas moet het vrij diep zijn. Toen we er een keer gingen duiken hebben we de bodem niet gered. Vooral op de rand tussen het ondiepe en diepe gedeelte voel je de kou je tegemoet komen.

We gingen naar het mooiste plekje om te snorkelen. Vanaf de parkeerplaats links en dan in het gebied waar je hond vrij los kan lopen meteen richting de waterkant. Er is daar onderwater een schiereilandje wat erg mooi begroeid is. Je kunt het zelfs op de satellietbeelden van Google Maps zien liggen.

Al vrij dicht bij de kant zwommen een karper en een snoek haastig weg. Helaas alleen een registratiefoto kunnen maken. Een grote baars wilde wel uitgebreid poseren. Ook de honderden voorntjes zorgde voor wat aangename plaatjes. Hier en daar een zwanenmossel of wat zebramossels en het is heerlijk genieten.

Voorntjes (Cyprinidae sp.)

Builenbrand jummie!

Tijdens onze poldersafari’s (niet te verwarren met wandelen) komen we nog wel eens wat tegen. Zo liepen we van de week langs een maisveld en viel mijn oog op iets grijs. Ik wist dat ik het wel eens eerder op een plaatje had gezien. Even Googlen leverde resultaat op: builenbrand. Een schimmel die de maisplant parasiteert. Hoewel die heerlijke middeleeuwse naam anders doet vermoeden is het geen probleem voor de volksgezondheid. Er gaan wel wat spookverhalen te ronde maar de sporen van de schimmel zelf zijn niet giftig. Wel kunnen op de builen nieuwe schimmels groeien die soms wel giftig zijn.

In Nederland zie je het niet vaak. Dit komt omdat de schimmel warme zomers nodig heeft om goed te gedijen. Daarnaast moet het tijdens de zomer een periode flink droog zijn geweest. Bij droogte ontstaan scheurtjes in de maisplant en kan de brandschimmel binnendringen. In Midden-Amerika doet de schimmel het wel goed. Daar wordt hij zelfs gekweekt. In Mexico worden de aangetaste, onrijpe kolven als een delicatesse gegeten, waar het huitlacoche wordt genoemd. Je kunt het zelfs ingeblikt kopen. Zelfs online, hier bijvoorbeeld.

Onverwachte ontmoetingen

Als ecoloog heb ik het voorrecht af en toe naar buiten te mogen gaan om de natuur observeren. Hierdoor kom ik in uiteenlopende landschappen terecht met bijbehorende planten en dieren. Hoe simpel of saai een opdracht lijkt, door de variatie in de natuur gaat het nooit vervelen.

Zo had ik laatst een prikkelig veldbezoek. Letterlijk. Het gebiedje bestond voornamelijk uit hoge bomen. De ondergroei bestond voornamelijk uit speenkruid, fluitenkruid, brandnetels en frambozen. De laatste prikten door mijn kleding heen. De bomen leken in geen jaren gesnoeid te zijn. Aan de wilgen was een stukje geschiedenis af te lezen. De eerste meter heeft een aanzienlijker omvang dan de takken na de splitsing. Meerdere bomen vertakten zich op gelijke hoogte. Dit laat zien dat het hier vroeger waarschijnlijk een hakhoutbos of griend is geweest.

Maar juist op zulke momenten weet je dat je geen doorsnee baan hebt. En dat niet alleen, door mijn werk ontmoet ik veel inspirerende mensen en soms loop ik met veldwerk tegen onverwachte plant- en diersoorten aan. Soms schat je in dat je in een klein stukje leefgebied geen of hooguit één hazelworm zult vangen. Vang je er drie! En vind je zelfs een zandhagedisje. Of andere leuke soortjes zoals de heivlinder, kommavlinder, boskakkerlak en mieren in allerlei soorten en maten. Heel verrassend.

Om hazelwormen te vangen gebruiken we trouwens een soort rubberen golfplaatjes. Door de kleur van de plaat warmt dit plekje ’s ochtends het snelste op in de ochtendzon. Hazelwormen zijn koudbloedig en hebben zon nodig om actief te worden. Zo’n plaatje is daarom een ideaal plekje om eens lekker onder te gaan zitten. Tot de ecoloog langs komt en je even herplaatst. In Karels Tuin hebben we inmiddels ook twee golfplaatjes liggen. Helaas blijkt het hazelworm bestand niet erg hoog te liggen in de polder! 🙂 Wel komen we geregeld vuurwantsen tegen en is de eerste muis gesignaleerd.