Tagarchief: Edelhert

Ein, zwei, zwijnen

Tegenwoordig heb ik af en toe een pappa dag. Hoewel er altijd wat klusjes in huis te doen zijn besloot ik pas een dagje erop uit te trekken met Jente. Een dagje Elspeet werd het. We liepen bij Mennorode en bij Nico Bulder. Het rijden met kinderwagen en slepen met je cameraset valt niet mee maar wat genoten we beide. Heerlijk de boslucht en de groene omgeving! Jente sliep tijdens de autoritjes en tijdens het wandelen lag ze vrolijk lachend in de wagen. Uiteraard ga je bij zulke wandelingen er vanuit dat je niet teveel ziet. Toch zagen we een zwijn het pad oversteken en een mooi groepje hindes wat rustig stond te grazen. Jente hield op die momenten netjes haar mond, zoals ze dat van pappa en mamma geleerd heeft. #Trots!

Uiteraard smaakte zo’n dagje naar meer. Gisteren werkte ik een dagje in Nijkerk. Aangezien Nijkerk maar een half uurtje rijden verwijderd ligt van de Veluwe was een bezoekje eigenlijk onvermijdelijk. Onderweg kwam het water met bakken naar beneden. Gelukkig had ik mijn groene jas bij me. Aangekomen bij de parkeerplaats was het weer droog. Na een stuk te hebben gelopen zag ik de eerste zwijnen. Een moeder zeug met twee biggen. Al valt het tussen de hoge adelaarsvarens lastig te bepalen. Een stukje verder is het alweer raak. Twee volwassen zwijnen met vijf jongen. Hoe verder ik loop des te meer zwijnen ik zie. Het stikt ervan! En dat terwijl ik midden in wolvengebied loop. De uitwerpsels en een sporadische pootafdruk verraden zijn aanwezigheid. Misschien lust onze nieuwe vriend geen speklapjes, of misschien moet hij een beetje op zijn gewicht letten. Want met zoveel zwijnen zou je zomaar een welvaartsziekte kunnen oplopen.

Inmiddels begin ik ook te merken dat de jas een slechte keuze is. De zon schijnt krachtig en het vochtige bos zorgt voor een broeikasgevoel. Wordt je niet nat van de regen dan wel van het zweet. Ook mijn hoeveelheid drinkwater is weer eens niet toereikend. Ik loop desondanks verder het bos in. Bij een veldje zie ik een moederzwijn met vier jongen. Terwijl ik sta te posten achter een dikke eik zie ik opeens links van me in het bos een schim. Op enkele meters afstand passeert mij een dik zwijn. En daar blijft het niet bij een grote rotte volwassen zwijnen en een grote hoeveelheid biggen lopen het veld op. De oudste vertrouwt het echter niet helemaal en snel nemen ze de poten.

Al verder en verder dwaal ik door het bos. Veel, heel veel zwijnen zie ik. Tellen is niet te doen maar ik schat het toch op zo’n 60 zwijnen. Als het tegen de avond is loop ik nog een ander stuk bosgebied in. Hier loop ik een prachtige geweidrager tegen het lijf met fors gewei. Helaas houd hij zich goed verscholen tussen de takken. Statig loopt hij weg, dieper het bos in. Afgezien van de zwijnen zie ik de rest van de avond geen ander wild.

Als het bijna tegen zonsondergang loopt kom ik wat mensen tegen. Een gezin uit Dordrecht en een jongen uit Elspeet. Veel hebben ze nog niet gezien, een zwijn en een hert. We lopen gezamenlijk langs de heide terug richting de auto als opeens een hinde oversteekt. We blijven staan kijken en even later volgt de volgende en daarna nog één. We lopen dichterbij maar dan besluit het hert terug het bos in te rennen. Het blijkt echter dat er al een hele roedel hindes op de heide stond. Ze daveren het pad over terug de periferie in. We tellen er 10 à 15. Op de laatste honderd meter zien we nog een ree. Kortom een zeer succesvolle einde werkdag!

de wilde veluwe

Voor mijn werk ben ik momenteel veel in Enschede te vinden. En waar kom je langs als je van Nieuwland naar Enschede rijd? Jawel, half Nederland, maar ook de Veluwe! Uiteraard is het iedere keer weer een uitdaging om dan niet even de afslag te nemen en het bos in te rennen. En soms is het gewoon simpelweg niet te weerstaan.

En zo loop ik 22 maart te genieten van het voorjaarszonnetje in Elspeet. Vanaf de Vierhouterweg loop ik de Gortelseweg op het bos in. Nu had ik de eerste citroenvlinder dit jaar al op 15 februari gezien maar nu vliegen ze echt volop. Ook groepjes muggen dansen in het zonlicht. Een prachtig schouwspel. Het duurt niet lang als ik in het struikgewas iets hoor weg sprinten. Een edelhert of een ree? In ieder geval geen zwijn dat zou je wel horen of ruiken. Ik loop verder richting de heide. Het is nog te licht voor echt veel wild maar je weet het nooit. Af en toe vliegt er een specht of Vlaamse gaai voorbij. Als ik het bos weer in loop zie ik in de verte 6 hindes staan. Ze zijn bijna onzichtbaar door de dichte begroeiing. De foto’s bestaan uit 90% bos, 8% kontjes en 2% kop. We genieten er niet minder om.

Ondertussen begint het al wat later te worden. Een uur voor zonsondergang ga ik richting auto. Uiteraard is dit het moment waarop het wild heeft staan wachten. Al snel zie ik een rotte zwijnen met frislingen. De lopende pyama’s sprinten achter hun moeder aan. Ze zijn nog erg jong, een paar weken schat ik. Even later zie ik een tweede rotte, maar terwijl ik sta te kijken komt er opeens een roedel geweidragers aan. De oudere mannetjes hebben hun grote gewei al geworpen en hebben zelfs alweer knobbels op de plek waar straks hun gewei pronkt. Er zijn echter nog wat jongere mannetjes bij die hun gewei nog wel hebben. Helaas is het al erg donker en gaat het allemaal erg snel. Ik zie minimaal 3 oudere mannetjes en ten minste 2 jongere mannetjes.

Ondertussen begint de dag echt op zijn einde te lopen en ben ik de auto een beetje zoek. Het is dus even flink doorstappen. Het wordt een rondje van 7,5 kilometer. Ik spreek nog even een Elspetenaar. Hij vraagt of ik nog wild heb gezien, want sinds de wolf ziet hij niets anders dan zwijnen. Toch leuk als je kan vertellen dat je al twee roedels hebt gezien.

Maar dan als ik vlakbij de parkeerplaats kom krijg ik nog even de kers op de taart. Aan weerskanten van het pad is er flink wat dennen-opschot. Terwijl ik er loop zie ik opeens een frisling over sprinten. Ik ga snel achter een boom staan en wacht af. Moeder Ever heeft mij al lang geroken en knort luid vanuit de bosjes. Haar deugnieten trekken zich echter niets van ma aan en het duurt niet lang of ze komen de bosjes uit drentelen. Maar liefst 6 frislingen lopen het pad op… recht op mij af! Het is al veel te donker maar ik maak toch foto’s. De voorste frisling, een echt dromertje komt op drie meter afstand staan. Ma wordt woest en ik hoor hoe ze begint te stampen. Tijd om in te grijpen, ik ga op het pad staan zodat de frislingen me kunnen zien. Dat is genoeg want in een flits zijn de bosjes in. Luid knorrend blaast de hele rotte de aftocht. Wat een gaaf moment!




Pauze

Nu het stucwerk lekker aan het drogen is zijn wij verplicht even rust te nemen. De verbouwing is in volle gang en inmiddels is vloerverwarming ingestort en de keuken gestuct. Nog even en er pronkt een nieuwe keuken in ons stulpje. Uiteraard is er weer een nieuwe landing bouwmateriaal nodig. En raad eens waar die spullen staan? Jawel! In Mormont (Erezee), in de Ardennen.
Een goed excuus om dus even een ritje die kant op te maken. Als je er toch bent kun je net zo goed even wandelen en van de natuur genieten.

Op vrijdag komen we laat aan. Aangezien de Kodiaq een tendermaster aan zijn staart heeft hangen gaat het niet harder als 90km/h. Annette mag het hele eind rijden want hoewel zwanger is ze in het bezit van een aanhanger-rijbewijs. Onderweg zien we tot 3 keer toe een ree en twee edelherten. Een goed begin van dit weekendje. Aangekomen laden we snel uit en ik spurt naar het dassenveldje. De vorige keer handen we hier een geweldige ontmoeting met Dirk Das, wie weet of dat nog een keer lukt! Een ree rent blaffend het veld af. Snel zet ik de camera in positie en maak het me comfortabel. Ik lig languit op een paadje wat recht naar het dassenhol loopt. Mijn lens gericht op de ingang van de burcht. Links van me is de berghelling rechts van mij het veldje. De tijd verstrijkt, het blijft rustig. Af en toe hoor ik wat maar het kan zijn dat ik me dingen ga inbeelden. Als het al tegen de schemer loopt wil ik even gaan verzitten. Ik richt me op en hoor een gigantisch kabaal op een twee meter links van me. In de berghelling is ook een burcht-uitgang. Een jonge das heeft blijkbaar besloten vandaag via de zijdeur naar buiten te gaan. Geschrokken van mij duikt hij direct weg. Ik zit muisstil en beweeg geen spier. Een kleine minuut later zie ik opeens een wit-zwart kopje boven het gat uitsteken. Ik kijk in de kraaloogjes van een das. Hoewel op zijn hoede zit hij duidelijk op zijn gemak rond te kijken. Hij snuift eens goed de avondlucht op. Daar lig je dan, op 2 meter afstand van een jonge das zonder haast met een camera voor je met een telelens van 300 millimeter erop. Onmogelijk om een foto te maken, maar wat een beleving. Het duurt niet lang of de jonge das trekt zich weer terug.

Dag twee maak ik een prachtige wandeling door de mist. Af en toe ziet ik een hert wegrennen of hoor ik iets. Ik besluip een hinde die niets vermoedend gras staat te knagen. Later op dag wordt het warm. We pakken de auto in en genieten van de natuur rond het huis: vleermuizen in de spouwmuur, behangersbijen die hun nest maken in het muurtje van het terras, een wolfspin die met haar eikapsel loopt te slepen, vuursalamanders, beversporen, een grote weerschijnvlinder die langs vliegt en Welriekende nachtorchis bij de buren.

In het spoor van de das

Terwijl we in Nederland nog maar net onze auto ’s ochtends hoeven te krabben, ligt er in België nog gewoon sneeuw. Sterker nog, enkele dagen geleden sneeuwde het er nog. Omdat we toch in de ‘buurt’ waren hebben we een nachtje geslapen in Mormont (Érezée). In dit pittoreske plaatsje weten we inmiddels een paar locaties waar dassen wonen. Dassen houden geen winterslaap, maar zijn in de winter wel een stuk minder actief. Desondanks waren er in de verse sneeuw tal van pootafdrukken te vinden. Uiteraard hebben we de nachtcamera opgehangen vlakbij een spoor. En jawel hoor, de volgende dag hadden we een filmpje van zo’n mooie zwart-witte zwerver. Iets minder fortuinlijk ging het zijn familielid(?) af. De volgende dag vonden we hem in een veldje verderop. Blijkbaar was er al een beest aan het slepen geweest met het karkas van de dode das want er ging een bruinrood spoor door de sneeuw.

Herten spotten valt momenteel ook niet mee. Met hun donkere wintervacht vallen de reeën en edelherten weg tegen de zwart witte achtergrond. Daarbij vormen de edelherten nu grote roedels. Je ziet er dus geen één, of een heleboel tegelijk. Wij hadden het geluk een roedel te spotten. Weliswaar geen grote geweidragers (die vormen aparte roedels, los van de hindes) maar toch fantastisch om te zien!

Loeren in het bos

’s Avonds gaan we het bos in om wild te spotten. Vanmiddag zijn we langs een wildkansel gelopen midden in het bos. We hebben goede hoop dat daar wat langs komt. Helaas is het bouwwerk niet sterk genoeg om twee personen te houden. Gelukkig hebben we ook een één-persoons schuiltent bij ons. Peter heeft deze vlak voor de vakantie op de kop weten te tikken. Daar zitten we dan. Annette in de wildkansel achter mij en ik in de schuiltent.

Notitie voor de volgende keer: een krukje meenemen! Na een half uur geknield te hebben gezeten switch ik toch maar naar kleermakerszit. Respect voor monniken die geknield mediteren. Die boomwortels onder de tent helpen ook niet bepaald. Maar dan loopt er opeens een edelhert voorbij! Gelukkig lukt het me om via het onderste kijkgat een foto te schieten. Ik probeer mijn camera op het statief voor het bovenste kijkgat te monteren. Zo’n schuiltent valt niet op, maar zo’n vierkante bewegende struik is toch wat te veel van het goede. Het hert sprint er vandoor terug het bos in.

De temperatuur in de tent begint inmiddels te stijgen. Naast de inspanning zorgt de natte bosbodem voor een hoge luchtvochtigheid. Het niet ademende polyester van de schuiltent zorgt voor een saunagevoel. Op de buitenkant landen de eerste dorstige muggen. Ik hoop dat ze de weg naar binnen niet ontdekken.

In de verte horen we raven. Dit kan beteken dat er een wolf in aantocht is! Raven volgen wolven vaak zodat ze een ‘graantje’ mee kunnen pikken als de wolf een prooi verschalkt. Met de pen van het logboek kan ik zo nu en dan de flap van de tentopening opzij schuiven om te controleren of er nog wild langs komt. Tot twee keer toe horen we vlakbij herten blaffen. Helaas blijft het daarbij. Als het te donker is om nog verder logboek te schrijven breken we op. Om 21:30 uur lopen we terug naar de auto. Onderweg naar de auto overrompelen we enkele herten die op enkele meters van ons vandaan het bos in stieren. Het is al te donker om ze nog te kunnen zien.

edelhert (Cervus elaphus)
edelhert (Cervus elaphus)

De morgenstond heeft wild in de mond…

Daar! Ssst! Zou dat…? Even met de verrekijker kijken. Oh nee, toch een struik. Langs de bosrand strekken de grasvelden zich uit die inmiddels tot heuphoogte gegroeid zijn. Daartussen hebben de edelherten zich tegoed gedaan aan de vele struiken. De struiken hebben door de hoge graasdruk een opmerkelijke vorm gekregen. Sommigen zijn nog klein waardoor ze tussen het hoge gras lijken op de rug van een bizon.

De wekker ging om 3 uur. Als je wild wilt zien doe je er verstandig aan een klein uur voor zonsopgang in het veld te zijn. Half vier ter plaatse in Białowieża lopen we een lang recht zandpad af richting de bosrand. Links en rechts strekken de velden zich uit. Al snel spotten we tussen het graan een paar kopjes met oren: edelherten! Met jongen! Het turen door de verrekijker is begonnen: hoe langer je kijkt, hoe meer oortjes verschijnen. In totaal tellen we binnen een uur zeker 68 edelherten, verdeelt over vier groepen.

Met een beetje geluk kom je ook ander wild tegen zoals bizons, reeën, vossen, dassen, elanden, hazelhoenders, slapende vlinders of wolven. Helaas hebben we de wolf (nog) niet gezien.

European bison Slapende vlinder met dauw Edelhert likt haar jong Oortjes tellen
European bison (Bison bonasus) Slapende vlinder met dauw Edelhert likt haar jong Oortjes tellen
Edelherten in hoge gras Hoge graasdruk Ree Eland
Edelherten in hoge gras Hoge graasdruk Ree (Capreolus capreolus) Eland (Alces alces)
Wildspotten ver weg... Hazelhoen (Tetrastes bonasia)
Wildspotten ver weg… Hazelhoen (Tetrastes bonasia)