Categoriearchief: Tripjes

Les digitales

Achter ons ligt weer een prachtige vakantie in de Belgische Ardennen. We huurden het huisje Les Digitales. Vernoemd naar de latijnse naam van vingerhoedskruid (Digitalis purpurea). Hoewel de weersverwachting ronduit slecht was (koud, regen, bewolkt) hadden we zonovergoten warme dagen. We genoten volop.

’s Ochtends vanaf de ontbijttafel hoorden we de eekhoorns in onze tuin hazelnoten kraken. Je hoorde de zwarte specht als je wandelde en ’s avonds voor het slapen gaan schreeuwde de bosuil je welterusten. Denk daar de kabbelende beek bij en je hebt het meest rustgevende geluid wat je je kan voorstellen.

We zijn vrijwel iedere morgen vroeg opgestaan. Juist op die momenten als het nog schemerig is zie je het meeste wild. Vaak zagen we herten die verbaasd ons aankeken en dan rustig de dekking in liepen. Als je dan terug komt om te ontbijten heb je er voor je gevoel al een dag opzitten. Fantastisch!

Wandelen hebben we ook volop gedaan. Met Jente in onze Deuter. Een geweldige rugzak die we nog even in de week voor de vakantie op Marktplaats.nl hebben gescoord. Een uitkomst, want Jente kan vanuit haar hoge wildkansel alles goed overzien en papa kan gewoon lekker foto’s maken.

We beleefden de meest prachtige momenten: Zwijnen die door het hoge gras opeens op een paar meter voor je staan. Je schrikt bijna net zo hard als het zwijn. Edelherten die door de metershoge varens heen denderen. Vlinders die nat van de dauw hangen te drogen, 5 wasberen die je tegenkomt op hun strooptocht doordat je toevallig met je zaklamp schijnt. Bevers die vlakbij de door ons opgezette schuiltent langs zwemmen. Zelf een visarend die op doortocht even in de Ardennen kwam uitrusten. Eigenlijk teveel om op te noemen.

De foto’s geven een kleine impressie:

En nog een compilatie van de wildcamera:

Ein, zwei, zwijnen

Tegenwoordig heb ik af en toe een pappa dag. Hoewel er altijd wat klusjes in huis te doen zijn besloot ik pas een dagje erop uit te trekken met Jente. Een dagje Elspeet werd het. We liepen bij Mennorode en bij Nico Bulder. Het rijden met kinderwagen en slepen met je cameraset valt niet mee maar wat genoten we beide. Heerlijk de boslucht en de groene omgeving! Jente sliep tijdens de autoritjes en tijdens het wandelen lag ze vrolijk lachend in de wagen. Uiteraard ga je bij zulke wandelingen er vanuit dat je niet teveel ziet. Toch zagen we een zwijn het pad oversteken en een mooi groepje hindes wat rustig stond te grazen. Jente hield op die momenten netjes haar mond, zoals ze dat van pappa en mamma geleerd heeft. #Trots!

Uiteraard smaakte zo’n dagje naar meer. Gisteren werkte ik een dagje in Nijkerk. Aangezien Nijkerk maar een half uurtje rijden verwijderd ligt van de Veluwe was een bezoekje eigenlijk onvermijdelijk. Onderweg kwam het water met bakken naar beneden. Gelukkig had ik mijn groene jas bij me. Aangekomen bij de parkeerplaats was het weer droog. Na een stuk te hebben gelopen zag ik de eerste zwijnen. Een moeder zeug met twee biggen. Al valt het tussen de hoge adelaarsvarens lastig te bepalen. Een stukje verder is het alweer raak. Twee volwassen zwijnen met vijf jongen. Hoe verder ik loop des te meer zwijnen ik zie. Het stikt ervan! En dat terwijl ik midden in wolvengebied loop. De uitwerpsels en een sporadische pootafdruk verraden zijn aanwezigheid. Misschien lust onze nieuwe vriend geen speklapjes, of misschien moet hij een beetje op zijn gewicht letten. Want met zoveel zwijnen zou je zomaar een welvaartsziekte kunnen oplopen.

Inmiddels begin ik ook te merken dat de jas een slechte keuze is. De zon schijnt krachtig en het vochtige bos zorgt voor een broeikasgevoel. Wordt je niet nat van de regen dan wel van het zweet. Ook mijn hoeveelheid drinkwater is weer eens niet toereikend. Ik loop desondanks verder het bos in. Bij een veldje zie ik een moederzwijn met vier jongen. Terwijl ik sta te posten achter een dikke eik zie ik opeens links van me in het bos een schim. Op enkele meters afstand passeert mij een dik zwijn. En daar blijft het niet bij een grote rotte volwassen zwijnen en een grote hoeveelheid biggen lopen het veld op. De oudste vertrouwt het echter niet helemaal en snel nemen ze de poten.

Al verder en verder dwaal ik door het bos. Veel, heel veel zwijnen zie ik. Tellen is niet te doen maar ik schat het toch op zo’n 60 zwijnen. Als het tegen de avond is loop ik nog een ander stuk bosgebied in. Hier loop ik een prachtige geweidrager tegen het lijf met fors gewei. Helaas houd hij zich goed verscholen tussen de takken. Statig loopt hij weg, dieper het bos in. Afgezien van de zwijnen zie ik de rest van de avond geen ander wild.

Als het bijna tegen zonsondergang loopt kom ik wat mensen tegen. Een gezin uit Dordrecht en een jongen uit Elspeet. Veel hebben ze nog niet gezien, een zwijn en een hert. We lopen gezamenlijk langs de heide terug richting de auto als opeens een hinde oversteekt. We blijven staan kijken en even later volgt de volgende en daarna nog één. We lopen dichterbij maar dan besluit het hert terug het bos in te rennen. Het blijkt echter dat er al een hele roedel hindes op de heide stond. Ze daveren het pad over terug de periferie in. We tellen er 10 à 15. Op de laatste honderd meter zien we nog een ree. Kortom een zeer succesvolle einde werkdag!

afkoelen in de Grevelingen

Zoals iedereen in Nederland hebben ook wij een beetje last van de hitte. Dat gezegd hebbende bied dit natuurlijk ook de mogelijkheid om even heerlijk af te koelen aan zee. En daarom gingen wij vrijdag naar de Grevelingen.

Toen we aankwamen stond er een flinke wind en waren er flinke golven. Het water was zelfs fris. Een bemoedigend bordje gaf aan dat er een negatief zwemadvies was door de grote hoeveelheid wieren. Hmmm… dat begint goed. Gelukkig viel het mee, een man vertelde ons dat de wieren enige dagen terug waren gemaaid. De water kwaliteit was echt wel bedroevend. Door de golfslag en het recente maaien was het water erg troebel. Het wier blijkt japanse bessenwier (Sargassum muticum) te zijn, het heeft de bodem duidelijk overwoekert. Wellicht door het gebrek aan vers zout-water in de Grevelingen.

Jente genoot er echter niet minder om. Dobberend op de golven ontdekte ze zee-egels, wieren en zeesterren. Uiteraard moest alles even geproefd worden. Na wat te hebben gegeten op de kant gaat opeens de wind liggen. Het water wordt rustig en ook de helderheid neemt direct toe. We snorkelen langs het boothuisje van KNRM en de rotsblokken er omheen. Afgewisseld met af en toe een korte siësta in de tent die we hebben opgezet. Jente doet er ook haar dutjes en vermaakt zich kostelijk. Ze begint een echte waterrat te worden.

Ondanks de wieren zien we van alles onder water: zeeappels, groene wierslak, garnalen, anemonen, vissen. Kortom het bruist van leven. We ontmoetten ook Pepijn uit Ouddorp. Pepijn als je dit leest, dit zijn de foto’s die we gemaakt hebben!

dode bevers en spareribs

Jawel, we hebben weer een prachtig weekje erop zitten in hartje Ardennen. In de meivakantie gingen we met ons drietjes en familie Roest op vakantie. Er ging flink wat bagage mee: campingbedje, matrasje, kinderwagen, kinderstoel, cameraval, batdetector, vishengels, boterkoek van Kora en tompoucen van Franciska. Kortom: het was weer een complete volksverhuizing.

En zo waren we -terwijl de rest van Nederland rondhing op de vrijmarkten met Koningsdag- rondjes aan het rijden al speurend naar wild. Helaas is de door ons veel gebruikte beverroute afgesloten (Misschien huist de wolf daar?). We werden daarom gedwongen nieuwe paden te zoeken. En dat viel niet tegen, integendeel! Wat hebben we veel gezien: reeën die rustig grazend ons aangaapten, roedels hindes, vossen, edelherten met bastgeweien en zwijnen. Zelfs een kapitale 12 ender kruiste ons pad. Op andere momenten zagen we: zwarte ooievaar, vuursalamander, rode wouw, geelgors, eekhoorn, glimworm, waterspreeuw en alpenwatersalamander. Een voorzichtige schatting levert de volgende resultaten op: 25 reeën, 50-70 edelherten, 50 zwijnen.

Uiteraard gingen we er helemaal voor. Na een lekkere bak koffie zaten we bijna iedere dag om 6:00 uur ’s ochtends in de safari-Skoda. En dan, terwijl de mist optrekt en het rijp op de weilanden langzaam voor de zonnestralen wijkt, turen naar wild. Als je met het ontbijt terug bent heb je er al een halve dag opzitten. Overdag maakten we mooie wandelingen. Zo liepen we regelmatig langs de beek (langs een stinkende dode bever) en liepen we de route Le Hérou. ’s Avonds reden we vaak weer een wildspeurtocht. Voor het naar bed gaan speurden we nog even naar forellen en vleermuizen met de zaklamp rond het huisje, sterren kijken of fikkie steken.

Ook Jente had het reuze naar haar zin. Van iedereen kreeg ze de volle aandacht. Oppassen door ome Arie en tante Kora was een feestje. Of bij mama achterop de rug door het bos wandelen. Bloemetjes plukken, spelen voor de open haard of gewoon lekker spelen in het zonnetje.

Het weer was bovendien prachtig. Na een nat weekend met regen en hagel liep de temperatuur op en liet de zon zich volop zien. Met als hoogtepunt dat we buiten konden barbequen en zelfs even in de beek duiken. En zo kijken we wederom terug op een geweldige vakantie! Wel jammer dat de bronst weer voorbij is, ik mis het bokken met die 2 spitsertjes (Maarten en Pieter) en dat afgebronste hert (Arie) wel een beetje.

zingende rietstengels

Het is weer de hoogste tijd om de Zouweboezem te bezoeken. De blauwborst is enige weken terug weer neergestreken en de fitsen fluiten hun arme longetjes rauw. Als je nu ’s ochtends het richting het plankenpand loopt doet het bijna pijn aan je oren. Hoewel de kiekendieven zich nog koest houden zijn ook zij inmiddels weer neergestreken. Kortom het spektakel is gestart en dat is echt genieten.

Ook Jente kijkt haar ogen uit als ze mee mag. Binnenkort maar snel weer terug!


In het Spoor van de Wolf

Het zal je vast niet ontgaan zijn, de wolf heeft zich in Nederland gevestigd. Net als de bever ooit lijkt het nu bijna onvoorstelbaar om er eentje tegen het lijf te lopen. Maar wat vinden we 16 februari in het bos?! Een hoop ondefinieerbare keutels. Het lijkt op een hoop hondenstront met heel veel haar. Omdat het ons zo onwaarschijnlijk lijkt dat dit wolvenkak is maken we geen foto. Tot ik op Instagram een foto van wolvenpoep tegenkom. Exact hetzelfde spul!! Oftewel, ook in Elspeet is de wolf aanwezig.

Een kleine maand later zijn we op bezoek bij familie Roest in Gortel. We lopen een mooie wandeling door het bos. En wat vinden we op het pad? Weer een hoop keutels. Dit keer wel een foto gemaakt uiteraard. Het blijft echter gissen, zou dit nu echt van de wolf zijn? Zou hij zich hier ergens ophouden? Als we verder lopen komen we bij een weitje. In de hoek tegen de bosrand zien we drie zwijnen liggen slapen! Behoedzaam loop ik met Maarten er naar toe. We sluipen dichter en dichterbij, ons hart bonzend in de keel. Maar… de zwijnen vertrekken geen spier! Morsdood blijken ze te zijn. Bovendien liggen er nog meer karkassen, een das, een half vergane ree. Beteuterd slaan we het gade. Peter voelt nog even in zijn jaszak of hij niet ergens een zakmes heeft om wat slagtanden te verwijderen.

…Maar uiteraard is dat het moment waarop de boswachter aan komt karren. Het zal weer eens niet. Een hele hoop excuses en verontschuldigingen later weten we dat de karkassen daar zijn neergelegd door hem. Verkeersslachtoffers die terug gegeven worden aan de natuur. We laten hem de foto van de wolvenpoep zien. Hij reageert meteen: “onmiskenbaar van de wolf”. Yes! Nu is het bevestigd. Uiteraard heeft de komst van de wolf wel zijn schaduwkanten. De boswachter verteld dat de roedel moeflons al flink is uitgedund door de wolf. Ook het roodwild is veel schuwer en klontert samen uit veiligheid. In de Bijbel staat niet voor niets over verslindende wolven.

Hoe vervelend ook, het is ook wel erg gaaf! Als we tegen de schemer weer door het bos struinen spreken we een tweede boswachter. Ook hij bevestigt de foto. Kortom, het is officieel: we hebben de sporen van de wolf gevonden. Wie weet hoor je ze binnenkort huilen of komt die foto van de wolf er toch echt. En voor dat roodwild moeten we dan maar gewoon nog beter ons best doen. Want het zit er zeker. En dat bewijst Maarten ook maar weer eens als hij die nacht een prachtig filmpje met de nachtcamera maakt.

Witte kerst

Al het werken, klussen en ons nieuwe gezinnetje is best druk. Daarom was het hoog tijd om er weer eens tussenuit te knijpen. We huurden het ‘puntdakhuisje’ in Wigny. Een prachtig verblijf midden in de natuur. Voor Jente was dit de eerste keer buitenland. Er moest dus nog snel even een ID-kaart worden aangevraagd, wat de nodige bureaucratische rompslomp met zich meebracht.

Desondanks arriveerden we vrijdagavond in de Ardennen. De activiteiten van de bevers vielen direct op. Bij de aan ons aangrenzende huisjes waren diverse bomen omver geknaagd. Overal in het gebied hebben ze inmiddels burchten gemaakt en de oevers verbreed. Ondanks dat er maar liefst 900 bevers in de Ardennen zitten hebben we ze deze vakantie niet in levende lijve gezien.

Bij het wandelen genoten we van de vele paddenstoelen, mosjes en vogels. Af en toe zagen we een reetje rennen maar vaak was het niet meer dan een silou-hertje. De dagen zijn nu zo kort dat het laat licht wordt en weer snel donker is. Dus regelmatig was het ’s avonds dicht tegen elkaar aan kruipen op de bank voor het haardvuur. Ook niet erg!

Jente genoot met volle teugen. Soms werden de indrukken haar teveel en moest ze even eruit schreeuwen wat ze had gezien. Andere momenten zat ze lekker te mijmeren over vogels, bomen, bladeren en beekjes. Je hebt er nog wat fantasie voor nodig maar we snappen wat ze bedoelt. Onze kleine avonturier is zelfs mee wezen sterren kijken!

Maar vanaf zondag werd het pas echt spectaculair. De vorst trad in en zorgde ervoor dat alles onder een dikke laag ijs bedekt werd. De hele wereld was ineens wit. Het leverde prachtige winterse plaatjes op. Ach, de foto’s vertellen de rest.

Herfstkleuren op dankdag

Zoals jullie hebben kunnen lezen zijn we nog altijd druk aan het verbouwen. En ja verbouwen kost tijd, veel tijd! Hierdoor schiet het wandelen in de natuur er weleens bij in. Het was dan ook hoog tijd om afgelopen woensdag het bos weer eens te bezoeken. Behalve dat de bossen momenteel in prachtige herfstkleuren staan is het ook fijn om even je gedachten weer op orde te krijgen.

Deze week was een bijzondere week: zondag werd Jente gedoopt en woensdag was het dankdag. En en waar kun je beter zijn met dankdag dan in de natuur?  We maakten een wandeling bij Pyramide Austerlitz. Hoewel de herten zich niet lieten zien waren er genoeg andere dingen te zien: paddenstoelen, vogels en bomen die van groen tot rood en geel kleurden. Jente mag op zulke uitstapjes in de draagdoek. Iets wat ze fantastisch vindt. Niet alleen kan ze goed rond speuren naar grof wild, ze zit ook nog eens lekker warm tegen pappa’s buik.

Hoewel ze nog maar amper groter is dan het blad van een Amerikaanse eik begint de inbostrinatie (niet mijn grap, maar bijzonder grappig) zijn vruchten af te werpen. Met grote ogen kijkt ze rond naar de bomen die met hun gigantische takken over onze hoofden staan uitgespreid. Volgend seizoen maar eens kijken hoe stil ze in de schuilhut is. Wordt vervolgd!

Pauze

Nu het stucwerk lekker aan het drogen is zijn wij verplicht even rust te nemen. De verbouwing is in volle gang en inmiddels is vloerverwarming ingestort en de keuken gestuct. Nog even en er pronkt een nieuwe keuken in ons stulpje. Uiteraard is er weer een nieuwe landing bouwmateriaal nodig. En raad eens waar die spullen staan? Jawel! In Mormont (Erezee), in de Ardennen.
Een goed excuus om dus even een ritje die kant op te maken. Als je er toch bent kun je net zo goed even wandelen en van de natuur genieten.

Op vrijdag komen we laat aan. Aangezien de Kodiaq een tendermaster aan zijn staart heeft hangen gaat het niet harder als 90km/h. Annette mag het hele eind rijden want hoewel zwanger is ze in het bezit van een aanhanger-rijbewijs. Onderweg zien we tot 3 keer toe een ree en twee edelherten. Een goed begin van dit weekendje. Aangekomen laden we snel uit en ik spurt naar het dassenveldje. De vorige keer handen we hier een geweldige ontmoeting met Dirk Das, wie weet of dat nog een keer lukt! Een ree rent blaffend het veld af. Snel zet ik de camera in positie en maak het me comfortabel. Ik lig languit op een paadje wat recht naar het dassenhol loopt. Mijn lens gericht op de ingang van de burcht. Links van me is de berghelling rechts van mij het veldje. De tijd verstrijkt, het blijft rustig. Af en toe hoor ik wat maar het kan zijn dat ik me dingen ga inbeelden. Als het al tegen de schemer loopt wil ik even gaan verzitten. Ik richt me op en hoor een gigantisch kabaal op een twee meter links van me. In de berghelling is ook een burcht-uitgang. Een jonge das heeft blijkbaar besloten vandaag via de zijdeur naar buiten te gaan. Geschrokken van mij duikt hij direct weg. Ik zit muisstil en beweeg geen spier. Een kleine minuut later zie ik opeens een wit-zwart kopje boven het gat uitsteken. Ik kijk in de kraaloogjes van een das. Hoewel op zijn hoede zit hij duidelijk op zijn gemak rond te kijken. Hij snuift eens goed de avondlucht op. Daar lig je dan, op 2 meter afstand van een jonge das zonder haast met een camera voor je met een telelens van 300 millimeter erop. Onmogelijk om een foto te maken, maar wat een beleving. Het duurt niet lang of de jonge das trekt zich weer terug.

Dag twee maak ik een prachtige wandeling door de mist. Af en toe ziet ik een hert wegrennen of hoor ik iets. Ik besluip een hinde die niets vermoedend gras staat te knagen. Later op dag wordt het warm. We pakken de auto in en genieten van de natuur rond het huis: vleermuizen in de spouwmuur, behangersbijen die hun nest maken in het muurtje van het terras, een wolfspin die met haar eikapsel loopt te slepen, vuursalamanders, beversporen, een grote weerschijnvlinder die langs vliegt en Welriekende nachtorchis bij de buren.

Koningsdas

Jawel, terwijl heel het Nederlandse volk de verjaardag van onze koning vierde piepten wij er tussenuit. Naar het zuiden, naar onze afvallige provincie: België. Mormont (Érezée), om precies te zijn. Hoewel daar geen rood-wit-blauwe vlaggen wapperden, vlogen ook daar de oranjetipjes om je oren. De lente is nu op volle toeren en dat kun je in de natuur goed zien. Maarts viooltje, slanke sleutelbloem, dotters, pinksterbloemen, alles groeit en bloeit. Het was dan ook weer volop genieten in de vorstelijke wouden van de Ardennen. We zagen edelherten, parende tauvlinders, boomleeuwerik, zonnende mieren, vuursalamanders, reeën, een vos (de meeste dieren waren in het oranje-bruin gestoken), maar de kroon op dit weekend was wel onze ontmoeting met Dirk Das.

We wisten al dat Dirk Das zijn intrek heeft genomen op een weilandje in de buurt. De vele holen en zandhopen verraden zijn aanwezigheid. De eerste avond en daarop volgende ochtend probeerden we vanuit een schuilhut hem te zien. Helaas zonder succes en dat terwijl de nachtcamera het bewijs leverde dat Dirk om half 9 een luchtje was komen scheppen! De tweede avond pakten we het anders aan. Op zeven meter van het burcht verwijderd positioneerden we ons in het struikgewas. De minuten vervlogen waarin we langzaam het gevoel in onze benen kwijt raakten. Na een uur roerloos te hebben gezeten vervloog de hoop. Had Dirk besloten vandaag de achterdeur te gebruiken? Het werd inmiddels ook al schemerig en de condities om een foto te maken werden slechter en slechter. Maar toen we bijna wilden weggaan is hij daar opeens: Dirk! Zijn kop boven het hol uit stekend neemt hij de omgeving eens goed in zich op. Zijn neus gaat omhoog om even alle aroma’s van de omgeving op te snuiven. Binnen enkele seconden heeft hij zijn hoofd al weer in het hol getrokken. Hij vertrouwd het zaakje niet helemaal. Na een halve minuut doet hij nog een poging. Nu komt hij even de burcht in zijn geheel uit om zijn ogen (hoewel ze niet al te best zijn) even aan het licht te laten wennen. Hij draait zich eens rond maar voelt: iets is hier niet pluis. Hij gaat weer snel naar binnen. Zijn vrouw en kinderen naar binnen dirigerend. Ze moeten nog maar even een half uurtje binnen spelen. De wildcamera laat prachtig zien hoe ze even later met hun vieren buiten de burcht komen. De kinderen dollend en spelend terwijl de ouders zich even een goede poets- en krabbeurt geven. Afijn, de beelden spreken voor zich.

En met zo’n ontmoeting is ons weekend met vlag en wimpel geslaagd!

Zwijnen in de spotlight

De verbouwing van ons stulpje gaat goed door alle hulp die we krijgen. Na drie weken bouwvakken is het echter de hoogste tijd om eens lekker te ontspannen. Voor ons betekend dat kilometers struinen door de natuur. Dit keer gingen Henk en ik wandelen in Elspeet. Een prachtig stukje Veluwe waar we inmiddels elk pad wel kennen. De auto-thermometer geeft maar liefst 31 graden Celsius aan als we uitstappen bij Mennorode. Al snel zien we reeën. Ook opvallend veel insecten: groentjes, dagpauwogen, bont zandoogjes en groene zandloopkevers. Even later zien we een zwijn door de begroeiing banjeren. Hij blijkt niet alleen te zijn, maar liefst 80 zwijnen zien we deze avond!

Het mooiste moment volgt even later. We zitten bij een weitje te posten. Aan het eind van het veld lopen wat zwijnen te wroeten. Opeens een geritsel achter ons. Bertus Big stapt vol zelfvertrouwen door het struikgewas. Vanavond zal hij ze eens laten zien wie het stoerste zwijn van het bos is! Zonder blikken of blozen stapt hij het weitje op. Hij bedenkt zich echter en besluit eerst nog even lekker wat teken van zijn rug te schuren bij die boom vlakbij. Pas als hij op luttele meters van de boom is verwijderd waar wij verrast zitten toe te kijken ruikt hij onraad. Hoort hij daar de sluiter klikken van een Canon-EOS-60-D-met-300-millimeter-lens-en-teleconverter!?! Even staat hij verschrikt, als aan de grond genageld. Dan rent hij gillend met staart omhoog terug het bos in. Dan maar even wat minder stoer.

Zaterdag ben ik nog maar een keer geweest, nu met Annette. Uiteraard moesten we even langs het VVV in Elspeet om zo’n lief zwijntje in knuffelvorm te kopen voor op de babykamer. Want zeg nu zelf, ze mogen woest zijn maar zien ze er niet gigantisch knuffelbaar uit?

In het spoor van de das

Terwijl we in Nederland nog maar net onze auto ’s ochtends hoeven te krabben, ligt er in België nog gewoon sneeuw. Sterker nog, enkele dagen geleden sneeuwde het er nog. Omdat we toch in de ‘buurt’ waren hebben we een nachtje geslapen in Mormont (Érezée). In dit pittoreske plaatsje weten we inmiddels een paar locaties waar dassen wonen. Dassen houden geen winterslaap, maar zijn in de winter wel een stuk minder actief. Desondanks waren er in de verse sneeuw tal van pootafdrukken te vinden. Uiteraard hebben we de nachtcamera opgehangen vlakbij een spoor. En jawel hoor, de volgende dag hadden we een filmpje van zo’n mooie zwart-witte zwerver. Iets minder fortuinlijk ging het zijn familielid(?) af. De volgende dag vonden we hem in een veldje verderop. Blijkbaar was er al een beest aan het slepen geweest met het karkas van de dode das want er ging een bruinrood spoor door de sneeuw.

Herten spotten valt momenteel ook niet mee. Met hun donkere wintervacht vallen de reeën en edelherten weg tegen de zwart witte achtergrond. Daarbij vormen de edelherten nu grote roedels. Je ziet er dus geen één, of een heleboel tegelijk. Wij hadden het geluk een roedel te spotten. Weliswaar geen grote geweidragers (die vormen aparte roedels, los van de hindes) maar toch fantastisch om te zien!

De Franse keuken

Een reis naar een ander land kan niet worden afgesloten zonder de lokale keuken geproefd te hebben. Daarom leek het ons afgelopen zomer op reis naar Spanje goed daar meteen mee te beginnen.

Bij aanmelding in het hotel ‘Logis Auberge le Centre’ vraagt de vrouw van de receptie of wij gebruik willen maken van het restaurant of bistro voor een diner. Ja hoor, eten in het restaurant –echt Frans eten zegt ze nog- lijkt ons een goed idee. Fout!
Om kwart voor 8 gaan we naar het restaurant. Deze blijkt klein: zes tafels. We kiezen een aperitief: Peter gaat voor een klein wijntje en Annette kiest voor ‘Le Summer Cup’. Iets wat van tropisch fruit zou moeten zijn maar erg smaakt naar multifruit van de Lidl. Daarna volgt de menukaart: in het Frans. We gaan dit keer voor veilig: kip, varken en een nagerecht met ‘sorbet’. Ieder gerecht blijkt een klein hapje waarbij nauwelijks determineerbaar is om welke gang het gaat. Een groene smurrie in slangvorm proeft verdacht veel naar brocolli, een zacht ei met spek zal ongetwijfeld die ‘porc’ van de kaart zijn. We zien er de lol wel van in en eerlijk is eerlijk, het smaakt erg goed.

Als we een paar gangen hebben gehad worden we weer voorzien van schoon bestek. Komt er nog iets? Is dit die dikke sorbet waarop we hopen? We wachten… en wachten… Inmiddels zijn al een flink aantal gasten vertrokken. Na drie kwartier wachten en een halve liter wijn (Haute Poitou) is Peter zijn geduld op. Zodra de eigenaresse met een karretje stinkkazen komt aanrijden om wat gasten hun wellicht smakelijk maar afgrijselijk geurende nagerecht te serveren schiet Peter haar aan. Ondanks of dankzij zijn aardig woordje Frans begrijpt ze direct wat hij bedoelt. Inderdaad komt het nagerecht eraan alleen heeft ze vandaag onderbezetting in de keuken. Gelukkig komt nu al snel het nagerecht. Op een bord ligt een sliert die lijkt op een dikke regenworm die enorm zuur citroenachtig smaakt. Er zijn wat stukjes cake omheen gedrapeerd en er ligt een drolletje sorbetijs naast. Een egeldrol wel te verstaan geen hondendrol formaat. Vier rimpels rijker springt Peter op van zijn stoel en vraagt de rekening.

Apekoppen

Al eerder was ik een keer naar het Renkums beekdal gegaan opzoek naar pruikzwammen (of apekoppen, zo worden ze ook wel genoemd). Een grote zeldzame paddenstoel die eruit ziet alsof iemand een pan spaghetti tegen een boom gegooid heeft. Met een laatste tip lukte het vandaag de zwam te vinden. Helaas was het al erg donker toen ik op de plek kwam. In het licht van de auto koplamp een foto kunnen schieten. De zwam wordt al wat geler en is al erg ver. Desondanks een prachtig gezicht! Nu we de locatie weten gaan we volgend jaar natuurlijk weer kijken.

pruikzwam (Hericium erinaceus)
pruikzwam (Hericium erinaceus)

pruikzwam (Hericium erinaceus)
mijn hand ter vergelijking

Achttien oranje ogen

Tussen de groene en oranje wordende blaadjes zie ik een bruin kopje. Diep oranje ogen met daarin zwarte pupillen kijken me nijdig aan. Twee oorpluimen die geen echte oortjes zijn omhoog gespitst.
De laatste middagzon schijnt af en toe net op een geel bruin verenkleed. Zachtjes valt een braakbal met daarin een compleet muizenskelet op de parkeerplaats. Het was vanmiddag werkelijk genieten. Niet één, nee, maar liefst negen ransuilen hebben hun winterverblijf gevonden vlak voor de deur bij Esther. Daar zitten ze in alle stilte te wachten tot het laat genoeg is om vleermuizen of muizen te gaan vangen. Zo tegen het eind van de herfst zoeken uilen elkaar op en gaan ze op zogenoemde roestplekken zitten. Blijkbaar vonden deze uilen een boom in het midden van een woonwijk een geschikte plek. Ik vraag me dan af of ze daar met elkaar geen mot over maken. Zoiets als: “ik zei nog dat dit geen goede boom was. Jij moest zo nodig deze boom kiezen.”

Hoe het ook zij, het levert prachtige beelden op. Esther, hartelijk dank dat je dit met ons wilde delen!

Bokkepruiken en gezwam

Je hebt het vast wel eens, je gaat vrijdag wat vroeger uit je werk om op zoek te gaan naar zeldzame pruikzwammen. Heb je met redelijk nauwkeurige aanwijzingen de plek waar ze volgens de overlevering groeien gevonden, staat na een uur zoeken de teller nog op 0! Vandaag was dus zo’n dag. Na honderd pruikzwam-loze dikke eiken en beuken te hebben gezien begin ik de moed te verliezen. Uiteraard is het complete incompetentie van mijn kant, dat ik ze niet vind. Nog een honderd bomen verder verleg ik de focus op andere zwammen en paddo’s. Hier in het Renkums beekdal groeien er talloze. Doordat de natuurbeheerders dood hout laten liggen een eldorado voor paddenstoelen.

En dan… juist op het moment dat ik voor een mooi setje honingzwammen op je buik lig, de camera helemaal goed hebt ingesteld, mijn adem inhoud en klik hoor ik achter me mensenstemmen. Er is een soort dwingende logica voor zulk soort zaken. Hoe kan het toch dat altijd precies hét moment opeens een kudde mountainbikers voorbij komt razen. Dat opeens een complete kleuterklas gillende kinderen uit de bosjes komt rennen of een horde dolle honden besluit dat tussen jouw lens en het object de beste plek is om een gat te gaan graven. Het is voor mij een raadsel.
Maar dit keer viel het mee. Met mijn vriendelijkste gezicht zeg ik goedendag toen twee dames met hun hondje langs komen wandelen. Dan de vraag, of ik die bosuil een eentje verderop heb gezien.
Ze wijzen me de weg naar de uil, met instructies die variëren van die derde boom rechts, vlak voor de beek rechtsachter wordt ik het bos ingestuurd. Ik moet toegeven, het kost me alsnog een tijdje voor ik het uiltje gevonden heb maar wacht een prachtbeest! Slapen tegen de stam van een els zit hij verscholen achter de takken zijn middagdutje te doen. Hij trekt zich niets van me aan en ik kan heerlijk foto’s schieten. Zo veranderd een mislukte zoektocht opeens in een verassing!

En voor wie de exacte GPS-coördinaten van die pruikzwammen heeft, ik houd me alsnog aanbevolen!

bosuil (Strix aluco)

Afbeelding 1 van 7

Herfst

Langzaam en stiekem gaan de herfstachtige zomerdagen over in zomerse herfstdagen. Van alleen het woord al lopen de frisse rillingen me over de rug: herfssst. En toch, hoewel het hele seizoen in het teken van afsterven en verschrompelen staat is het een prima seizoen om er eens lekker op uit te trekken. De bladeren aan de bomen en paddenstoelen die overal spontaan opkomen vertonen een kleurenpracht die geen schilder op zijn ezel kan krijgen. De Engelsen hebben dan ook een wat milder, warmer woord voor deze tijd: autumn. Jawel, de herfst kan juist bijzonder mooi zijn en verassen. Terwijl de regen in je gezicht striemt kun je genieten van dieren die hun winterverblijf aan het zoeken zijn. Zo zat er enkele weken geleden een ringslang op onze stoep en vonden we in de Ardennen vuursalamanders. Reeën die wegrennen door de flarden van mist. Vogels die elkaar opzoeken om aan de lange tocht naar het zuiden te beginnen. Blaadjes aan de ratelpopulieren die als de wind ze teistert klinken als een daverend applaus. De herfst: verre van saai en grauw!

Vuursalamander (Salamandra salamandra terrestris)

Afbeelding 1 van 10

Bontkraagjes in de bergen

Je kunt hier zo ver weg kijken, hier moeten wel marmotten zitten. Peter ziet de eerste. Heel in de verte kunnen we duidelijk een groot knaagdier zijn hol in zien rennen. Dan ziet Annette een dikke vette marmot uitgevloerd op een rots liggen. Zijn pels lijkt wel extra dik zoals hij ligt. Hij zit op loopafstand. Peter tijgert er op af. Al snel blijkt dit bontkraagje niet alleen te zijn. Een hele familie heeft hun intrek gedaan in deze berg.

Het zou racistisch zijn om te benoemen dat de marmot eigenlijk allochtoon is voor Spanje, maar de marmot is geïmporteerd uit de Alpen voor de jacht. Als Peter te dichtbij komt heeft de leider van de groep er genoeg van. Hij gaat hoog op zijn achterste poten staan en gilt moord en brand. In een ogenblik zijn alle pluizenballen verdwenen in de talloze holen. Behalve onze dikke vriend. Die draait zich nog even rustig om. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen en blijft macho op de rots liggen. Peter kan hem goed benaderen en probeert hem van achteren te besluipen. Als Peter heel dichtbij komt besluit hij toch maar binnen verder te slapen. Hij schiet de rots af. Peter sprint het laatste stukje en loopt om de rots heen. Onze dikkerd had dit duidelijk niet verwacht. In de deuropening van zijn hol kijkt hij toe waar die asociale bruut gebleven is die zijn middagdutje durft te verstoren. Zonder dat hij weet dat die ondertussen achter hem staat. Op anderhalve meter afstand kijkt Peter naar een dikke harige kont en staart. Maar met een telelens en converter daarop geschroefd begin je in zo’n geval niets. Het enige wat overblijft is geruisloos de converter er tussen uit te halen. De eerste klik echter is voor de marmot als een pistool wat geladen wordt. In een fractie van een seconde draait hij zich om en staart met grote ogen verblind van schrik naar een gigantisch wezen die daar met zijn camera staat te tobben. Het volgende moment is hij verdwenen. Foeterend en tierend wellicht zit hij daar nu nog in zijn hol over hoe dit hem heeft kunnen gebeuren. Het zal hem lang bijblijven.

 alpenmarmot (Marmota marmota)
het bondkraagje

Valle de Hecho
Valle de Hecho

 alpenmarmot (Marmota marmota)
alpenmarmot (Marmota marmota)

de Viaanse put

Terwijl je van het huidige herfstweer ook redelijk in de put kan raken zijn we enkele weken geleden nog letterlijk in de put geweest. De Viaanse put wel te verstaan, onder de rook van de A2 ligt pal naast de rivier de Lek deze recreatieplas. Een plekje waar veel mensen even een frisse neus halen of de hond uitlaten maar ook een prima plek voor een frisse duik. Door de zandbodem is het water er prachtig blauw. Vlak bij de rand is de bodem vrij ondiep maar in het midden van de plas moet het vrij diep zijn. Toen we er een keer gingen duiken hebben we de bodem niet gered. Vooral op de rand tussen het ondiepe en diepe gedeelte voel je de kou je tegemoet komen.

We gingen naar het mooiste plekje om te snorkelen. Vanaf de parkeerplaats links en dan in het gebied waar je hond vrij los kan lopen meteen richting de waterkant. Er is daar onderwater een schiereilandje wat erg mooi begroeid is. Je kunt het zelfs op de satellietbeelden van Google Maps zien liggen.

Al vrij dicht bij de kant zwommen een karper en een snoek haastig weg. Helaas alleen een registratiefoto kunnen maken. Een grote baars wilde wel uitgebreid poseren. Ook de honderden voorntjes zorgde voor wat aangename plaatjes. Hier en daar een zwanenmossel of wat zebramossels en het is heerlijk genieten.

Voorntjes (Cyprinidae sp.)

Afbeelding 1 van 6

Een dag vol verassingen

Vandaag zouden we zogenaamde “zijwangen” voor onze Erdman Schmidt tent gaan kopen. Deze stukken doek kun je aan de zijkant van je tent bevestigen waardoor je een soort halletje krijgt naar buiten. In Drenthe woont Gjalt van der Wal die nog veel van ons al 15 jaar lang failliete favoriete tentenmerk verkoopt. We hadden hem gemaild met het type ritssluiting wat onze tent heeft. Hij had nog wel wat van deze flappen in bezit. Na een rit van anderhalf uur duiken we de bergplaats van een mooi Drents boerderijtje in, opzoek naar de begeerde onderdelen. Helaas, hoewel de ritssluiting overeen komt blijkt onze tent dusdanig oud (1993) dat de rits toch niet past. Of we interesse hebben in een ander model, vraagt de man. Hij heeft toevallig nog een tent -model Krekel- wat het grotere broertje is van onze huidige tent. Prijs komen we wel uit.
Hoe het gaat gaat het, maar een kwartier later staan we in zijn tuin een tent op te zetten. We zijn niet de enige die vandaag een oude tent bij hem kopen: nog 3 andere kopers staan in de tuin met een tent te stoeien. De tent is overcompleet met grondzeilen, speciale zalf voor je tentstokken en zelfs vlaggetjes. Zodra hij staat zijn we verkocht. Een prachtige grote tent! De eerste verassing van vandaag is een feit.

Na het “ophalen van de zijwangen” gaan we door naar het Dwingelderveld. Hier schijnt een grote populatie adders te zitten. Annette heeft via via wat plekken door gekregen. De eerste locatie bevindt zich langs een fietspad. Het lijkt wel of heel 65+ Nederland zich hier op dit moment op de fiets bevindt. Desondanks duurt het niet lang voordat Peter een klein vreugdedansje maakt. Een adder! Helaas zijn we veel te laat op de dag om goed foto’s te maken. De adders zijn nu helemaal opgewarmd en daardoor extra alert. Na een paar vlugge shots glijdt hij snel het struikgewas in.

Een vrouw komt naar ons toegelopen. Hebben jullie hem gevonden? luid haar vraag. Eh… ja, reageren we verbijsterd. Zien we er dan zo duidelijk als slangenzoekers uit?! U bedoelt die adders toch? reageert Peter. De vrouw kijkt onthutst. Adders….? Nee die geocache die hier moet liggen. We liggen in een deuk. Blijkbaar kun je toch op dezelfde plek zijn voor totaal andere redenen. De vrouw murmelt nog iets dat haar kinderen het zat zijn en neemt de benen.

Al snel vinden we meer adders. Vier stuks in totaal! Allemaal erg schuw, maar wat een prachtige beesten. We lopen nog even een stukje heide op en vinden klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) tussen de bloeiende struikhei en dophei.

We vervolgen naar locatie twee. Hier is het een stuk natter. We scoren de ene adder na de andder! (slecht woordgrapje, ik weet het). Soms staan we er bijna bovenop voor we ze zien. Topplaten worden het vandaag niet, daarvoor zijn ze veel te alert maar we zien er genoeg. Het resultaat van vandaag: 11 adders en natte schoenen voor Peter! We hadden gehoopt een adder te zien, maar zoveel is ook weer een pure verassing. We gaan voldaan naar huis!

Onze eerste geocache!

Afbeelding 1 van 13

Onze eerste geocache!