Categoriearchief: Dagboekfragmenten

De Franse keuken

Een reis naar een ander land kan niet worden afgesloten zonder de lokale keuken geproefd te hebben. Daarom leek het ons afgelopen zomer op reis naar Spanje goed daar meteen mee te beginnen.

Bij aanmelding in het hotel ‘Logis Auberge le Centre’ vraagt de vrouw van de receptie of wij gebruik willen maken van het restaurant of bistro voor een diner. Ja hoor, eten in het restaurant –echt Frans eten zegt ze nog- lijkt ons een goed idee. Fout!
Om kwart voor 8 gaan we naar het restaurant. Deze blijkt klein: zes tafels. We kiezen een aperitief: Peter gaat voor een klein wijntje en Annette kiest voor ‘Le Summer Cup’. Iets wat van tropisch fruit zou moeten zijn maar erg smaakt naar multifruit van de Lidl. Daarna volgt de menukaart: in het Frans. We gaan dit keer voor veilig: kip, varken en een nagerecht met ‘sorbet’. Ieder gerecht blijkt een klein hapje waarbij nauwelijks determineerbaar is om welke gang het gaat. Een groene smurrie in slangvorm proeft verdacht veel naar brocolli, een zacht ei met spek zal ongetwijfeld die ‘porc’ van de kaart zijn. We zien er de lol wel van in en eerlijk is eerlijk, het smaakt erg goed.

Als we een paar gangen hebben gehad worden we weer voorzien van schoon bestek. Komt er nog iets? Is dit die dikke sorbet waarop we hopen? We wachten… en wachten… Inmiddels zijn al een flink aantal gasten vertrokken. Na drie kwartier wachten en een halve liter wijn (Haute Poitou) is Peter zijn geduld op. Zodra de eigenaresse met een karretje stinkkazen komt aanrijden om wat gasten hun wellicht smakelijk maar afgrijselijk geurende nagerecht te serveren schiet Peter haar aan. Ondanks of dankzij zijn aardig woordje Frans begrijpt ze direct wat hij bedoelt. Inderdaad komt het nagerecht eraan alleen heeft ze vandaag onderbezetting in de keuken. Gelukkig komt nu al snel het nagerecht. Op een bord ligt een sliert die lijkt op een dikke regenworm die enorm zuur citroenachtig smaakt. Er zijn wat stukjes cake omheen gedrapeerd en er ligt een drolletje sorbetijs naast. Een egeldrol wel te verstaan geen hondendrol formaat. Vier rimpels rijker springt Peter op van zijn stoel en vraagt de rekening.

Bontkraagjes in de bergen

Je kunt hier zo ver weg kijken, hier moeten wel marmotten zitten. Peter ziet de eerste. Heel in de verte kunnen we duidelijk een groot knaagdier zijn hol in zien rennen. Dan ziet Annette een dikke vette marmot uitgevloerd op een rots liggen. Zijn pels lijkt wel extra dik zoals hij ligt. Hij zit op loopafstand. Peter tijgert er op af. Al snel blijkt dit bontkraagje niet alleen te zijn. Een hele familie heeft hun intrek gedaan in deze berg.

Het zou racistisch zijn om te benoemen dat de marmot eigenlijk allochtoon is voor Spanje, maar de marmot is geïmporteerd uit de Alpen voor de jacht. Als Peter te dichtbij komt heeft de leider van de groep er genoeg van. Hij gaat hoog op zijn achterste poten staan en gilt moord en brand. In een ogenblik zijn alle pluizenballen verdwenen in de talloze holen. Behalve onze dikke vriend. Die draait zich nog even rustig om. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen en blijft macho op de rots liggen. Peter kan hem goed benaderen en probeert hem van achteren te besluipen. Als Peter heel dichtbij komt besluit hij toch maar binnen verder te slapen. Hij schiet de rots af. Peter sprint het laatste stukje en loopt om de rots heen. Onze dikkerd had dit duidelijk niet verwacht. In de deuropening van zijn hol kijkt hij toe waar die asociale bruut gebleven is die zijn middagdutje durft te verstoren. Zonder dat hij weet dat die ondertussen achter hem staat. Op anderhalve meter afstand kijkt Peter naar een dikke harige kont en staart. Maar met een telelens en converter daarop geschroefd begin je in zo’n geval niets. Het enige wat overblijft is geruisloos de converter er tussen uit te halen. De eerste klik echter is voor de marmot als een pistool wat geladen wordt. In een fractie van een seconde draait hij zich om en staart met grote ogen verblind van schrik naar een gigantisch wezen die daar met zijn camera staat te tobben. Het volgende moment is hij verdwenen. Foeterend en tierend wellicht zit hij daar nu nog in zijn hol over hoe dit hem heeft kunnen gebeuren. Het zal hem lang bijblijven.

 alpenmarmot (Marmota marmota)
het bondkraagje
Valle de Hecho
Valle de Hecho
 alpenmarmot (Marmota marmota)
alpenmarmot (Marmota marmota)

Al doende leert men…

Zachte blaffende geluiden. Geen geritsel of voetstappen. Ik luister nog eens goed: het komt dichterbij. Zou dat…? Echt waar…? Terwijl ik wakker wordt van deze geluiden en om me heen probeer te kijken ontdek ik wat de Sahel met je doet: mijn ogen voelen aan alsof ze gezandstraald zijn en op een heldere sterrenhemel na zie ik geen hand voor ogen.

‘Mijn zaklamp’ flitst het door me heen. ‘Waar is nou die felle zaklamp?’ Zodra ik mijn hand wil uitsteken naar de grond realiseer ik me dat ik buiten lig. Op een Hausa bed onder een klamboe. De klamboe is zorgvuldig ingestopt onder de matras om ongedierte als gekko’s, spinnen, loopkevers, schorpioenen en ander ongewenst gespuis uit m’n bed te houden. Snel naar een zaklamp op de grond grissen zit er niet bij. Fel is de meegenomen zaklamp evenmin en goede kwaliteit batterijen zijn lokaal moeilijk verkrijgbaar. Bovendien is het niet zonder risico om in het duister door de natuur te struinen waar onbekende giftige beesten op strooptocht zijn. Omdat ik mijn ogen amper open krijg door de droge lucht gemengd met fijn stof leg ik mij neer bij de situatie. Mijn lippen zijn gescheurd van de droge lucht die met een zwoele wind over het bed waait. Ik draai me om en blijf luisteren naar roepende woestijnvossen die vanaf twee locaties heel dichtbij zijn. Volgende keer toch die MagLite onder m’n kussen leggen!

De volgende morgen vinden we twee locaties waar de vossen holen hebben gegraven.

Loeren in het bos

’s Avonds gaan we het bos in om wild te spotten. Vanmiddag zijn we langs een wildkansel gelopen midden in het bos. We hebben goede hoop dat daar wat langs komt. Helaas is het bouwwerk niet sterk genoeg om twee personen te houden. Gelukkig hebben we ook een één-persoons schuiltent bij ons. Peter heeft deze vlak voor de vakantie op de kop weten te tikken. Daar zitten we dan. Annette in de wildkansel achter mij en ik in de schuiltent.

Notitie voor de volgende keer: een krukje meenemen! Na een half uur geknield te hebben gezeten switch ik toch maar naar kleermakerszit. Respect voor monniken die geknield mediteren. Die boomwortels onder de tent helpen ook niet bepaald. Maar dan loopt er opeens een edelhert voorbij! Gelukkig lukt het me om via het onderste kijkgat een foto te schieten. Ik probeer mijn camera op het statief voor het bovenste kijkgat te monteren. Zo’n schuiltent valt niet op, maar zo’n vierkante bewegende struik is toch wat te veel van het goede. Het hert sprint er vandoor terug het bos in.

De temperatuur in de tent begint inmiddels te stijgen. Naast de inspanning zorgt de natte bosbodem voor een hoge luchtvochtigheid. Het niet ademende polyester van de schuiltent zorgt voor een saunagevoel. Op de buitenkant landen de eerste dorstige muggen. Ik hoop dat ze de weg naar binnen niet ontdekken.

In de verte horen we raven. Dit kan beteken dat er een wolf in aantocht is! Raven volgen wolven vaak zodat ze een ‘graantje’ mee kunnen pikken als de wolf een prooi verschalkt. Met de pen van het logboek kan ik zo nu en dan de flap van de tentopening opzij schuiven om te controleren of er nog wild langs komt. Tot twee keer toe horen we vlakbij herten blaffen. Helaas blijft het daarbij. Als het te donker is om nog verder logboek te schrijven breken we op. Om 21:30 uur lopen we terug naar de auto. Onderweg naar de auto overrompelen we enkele herten die op enkele meters van ons vandaan het bos in stieren. Het is al te donker om ze nog te kunnen zien.

edelhert (Cervus elaphus)
edelhert (Cervus elaphus)

Silurus glanis

In een waas zie ik een geel gevaarte langs mijn hoofd heen suizen. Een fractie van een seconde later klapt het blad van Annette’s peddel op het water. Vanaf dit moment gaat alles in slow-motion. Eerst een gigantische kolk. Dan een enorme plons, water wat overal heen spat, een gillende Annette en vervolgens een bijna kapseizende kano.  Verbijsterd staar ik voor me uit, de onderwatercamera nog in mijn hand waarmee ik net een foto aan het maken was. Ik hoor mezelf stamelen: … ik zei toch dat ie niet dood was?

Terug 5 seconden in de tijd, meneer Meerval geniet rustig van zijn middagdutje na een ochtendje jagen. Hier in deze inham in het riet kan niets hem storen. Geen reigers, boten of andere meervallen die hem kunnen irriteren. Rustig doezelt hij in slaap deinend op de stroming van de rivier de Biebzra. Een vredig leventje, al zegt hij het zelf. Echter…. als hij bijna in dromenland is wordt hij ruw gestoord. Een gigantisch geel gevaarte komt met een enorm geweld boven kop op het wateroppervlak vallen. Totale paniek barst los in zijn hersenpan. Met dat gele geweld boven hem moet hij naar beneden maar daar ziet hij een mensenhand een raar apparaat voor hem houden. Dan maar in de aanval, recht vooruit! Voor volk en vaderland!  Gelukkig! Hij weet zijn weg te vinden naar de diepte, weg bij deze onruststokers.

Even later kijk ik tijdens het peddelen de foto terug die ik met de onderwatercamera gemaakt heb. De vin op de foto is overduidelijk een meerval. De Europese meerval (Silurus glanis). Hij was springlevend. Ach het zal in de aard van de onderzoek(st)er zitten dat je alle dood-ogende dieren toch even moet controleren op polsslag. Maar stiekem had ik toch gelijk.

 

 

Culinaire uitspattingen: reisinspiratie

Tijdens onze reizen schrijven we een logboek waarin we verslag doen van onze avonturen. In een aantal blogposts selecteren we de leukste verhalen en avonturen met bijbehorende foto’s.

De feestdagen zijn een uitstekende gelegenheid om eens wat nieuwe recepten te proberen, geïnspireerd door reizen van het afgelopen jaar. Reizen biedt een gelegenheid om eens in een vreemde en nieuwe ‘keuken’ te kijken. In Polen gingen we eten bij Restauracja Pokusa in Białowieża (dorp). Het menu bestond uit koude roomsoep met gebakken aardappels of salade met eendenborst-filet (voorgerecht), hertengoulash met aardappelcake en haricotverts of eend in cider met rode bietjes en dumplings (hoofdgerecht). Als toetje kozen we een ijssorbet of een toetje met room, chocolade en suikerspin. Met een Oekraïens biertje (Peter) en een flesje cola (Annette) erbij smaakt het verrukkelijk.

In Belarus werden we onverwacht door onze gastheer, Sascha, in de watten gelegd. Hij had zich -in zijn vakantie!- uitgesloofd om ons de Nationale Belarussische gerechten te laten proeven. Bij aankomst had hij alvast avondeten voor ons gemaakt. In de oven staat aardappelschotel en gebraden eendenbouten. Wit-Russische gastvrijheid verklaren ze, we zijn verbaasd. In Nederland zal dit niet snel gebeuren als je een huisje huurt.

Op de dag van vertrek ontvingen we ’s ochtends een berichtje dat ze een verrassing voor ons hadden. Rond half elf een berichtje met het verzoek de oven aan te zetten!? Bij aankomst bleek waarom: we gingen eerst gezamenlijk uitgebreid dineren ’s ochtends om 11 uur. Aardappels en vlees uit de oven met een pittige knoflooksaus. We hadden geen honger op de terugreis.

Misschien wel het meest bekende (Bela)Russische gerecht is: borsjtsj! De eerste dag vorst en sneeuw van dit jaar waren voldoende voor een culinaire uitspatting: home made Zurek en Borsjtsj! Zowaar smaakt het ook nog een beetje zoals in Polen en Belarus. Met dank aan het recept van Sascha en een ruime interpretatie van translate.google.

De beambte in shock

Tijdens onze reizen schrijven we een logboek waarin we verslag doen van onze avonturen. In een aantal blogposts selecteren we de leukste verhalen en avonturen met bijbehorende foto’s.

Op maandag reizen we naar Belarus. We zien vooral op tegen de grenscontrole, de wildste verhalen gaan daarover de ronde. De grenscontrole bestaat uit een aantal formaliteiten. Nadat Polen is verlaten steken we een rivier over en komen op Belarussisch grondgebied. De laatste van de totaal vijf controles aan deze zijde is de bagage en autocontrole. Voor het gemak staan de tafels klaar rondom de post. We hopen niet dat ze ons hermetisch gevulde Skoda helemaal gaan uitladen…

We worden ‘geholpen’ door een vrouwelijke beambte in strak blauw uniform, lang haar en hoedje. Ze gebaart dat ze de auto wil controleren. Annette haalt de bovenste laag van weekendtassen en slaapzakken uit de kofferbak. De beambte inspecteert te tassen en steekt haar hoofd in de kofferbak. Tussen de bagage ontdekt ze een vuilniszak. Ze trekt met een hand de zak open om te kijken wat erin zit en deinst meteen achteruit. Wat hebben die gekke Hollanders nu bij zich?!Een tondelzwam uit het bos? Jakkes!
Annette zegt met een zo onschuldig mogelijke gezicht iets over ‘souvenir’ en ‘forest’. Niet dat dat zin heeft want een andere taal dan Russisch lijkt de beambte niet te spreken. Ze lijkt het goed te vinden want we mogen de auto met paddo en al weer inpakken. Zo, dat was een makkie!

Middeleeuws navigeren

Tijdens onze reizen schrijven we een logboek waarin we verslag doen van onze avonturen. In een aantal blogposts selecteren we de leukste verhalen en avonturen met bijbehorende foto’s.

Joepie! Vandaag komt de enveloppe van bol.com binnen met de autokaart van Wit-Rusland van Canadese makelij. Oeps, in het Engels! De plaatsnamen staan niet in het Cyrillische schrift wat daar op de verkeersborden zal staan. Een navigatie uitdaging! Het lukt Peter de kaart van Wit-Rusland op de outdoor-GPS te zetten. Zo reizen we opeens naar ‘Зубачи’ in plaats van Zubacy.

Zodra de Pools-Belarussische grens gepasseerd is gaat de Skoda navigatie op zwart, evenals de losse Garmin autonavigatie. Belarus valt officieel binnen Europa, maar volgens de navigatiesystemen niet. Bij het eerste tankstation over de grens kopen we een wegenkaartenboek van Belarus.
Helaas blijkt al snel onze nieuwe wegenkaart niet toereikend. De plaatsnamen staan op de verkeersborden in hoofdletters geschreven. Of is het een Belarussisch dialect? Zoals Zevenbergen tijdens carnaval ‘Zeuvenbultenlaand’ wordt genoemd? De plaatsnamen op onze nieuwe kaarten komen alsnog niet helemaal overeen. We volgen de windrichtingen, outdoor-GPS, kaart en een aanzienlijke dosis onderbuikgevoel.
Via ongebruikelijke wegen bereiken we alsnog onze vakantiebestemming.