Categoriearchief: Tripjes

Zwijnen in de spotlight

De verbouwing van ons stulpje gaat goed door alle hulp die we krijgen. Na drie weken bouwvakken is het echter de hoogste tijd om eens lekker te ontspannen. Voor ons betekend dat kilometers struinen door de natuur. Dit keer gingen Henk en ik wandelen in Elspeet. Een prachtig stukje Veluwe waar we inmiddels elk pad wel kennen. De auto-thermometer geeft maar liefst 31 graden Celsius aan als we uitstappen bij Mennorode. Al snel zien we reeën. Ook opvallend veel insecten: groentjes, dagpauwogen, bont zandoogjes en groene zandloopkevers. Even later zien we een zwijn door de begroeiing banjeren. Hij blijkt niet alleen te zijn, maar liefst 80 zwijnen zien we deze avond!

Het mooiste moment volgt even later. We zitten bij een weitje te posten. Aan het eind van het veld lopen wat zwijnen te wroeten. Opeens een geritsel achter ons. Bertus Big stapt vol zelfvertrouwen door het struikgewas. Vanavond zal hij ze eens laten zien wie het stoerste zwijn van het bos is! Zonder blikken of blozen stapt hij het weitje op. Hij bedenkt zich echter en besluit eerst nog even lekker wat teken van zijn rug te schuren bij die boom vlakbij. Pas als hij op luttele meters van de boom is verwijderd waar wij verrast zitten toe te kijken ruikt hij onraad. Hoort hij daar de sluiter klikken van een Canon-EOS-60-D-met-300-millimeter-lens-en-teleconverter!?! Even staat hij verschrikt, als aan de grond genageld. Dan rent hij gillend met staart omhoog terug het bos in. Dan maar even wat minder stoer.

Zaterdag ben ik nog maar een keer geweest, nu met Annette. Uiteraard moesten we even langs het VVV in Elspeet om zo’n lief zwijntje in knuffelvorm te kopen voor op de babykamer. Want zeg nu zelf, ze mogen woest zijn maar zien ze er niet gigantisch knuffelbaar uit?

In het spoor van de das

Terwijl we in Nederland nog maar net onze auto ’s ochtends hoeven te krabben, ligt er in België nog gewoon sneeuw. Sterker nog, enkele dagen geleden sneeuwde het er nog. Omdat we toch in de ‘buurt’ waren hebben we een nachtje geslapen in Mormont (Érezée). In dit pittoreske plaatsje weten we inmiddels een paar locaties waar dassen wonen. Dassen houden geen winterslaap, maar zijn in de winter wel een stuk minder actief. Desondanks waren er in de verse sneeuw tal van pootafdrukken te vinden. Uiteraard hebben we de nachtcamera opgehangen vlakbij een spoor. En jawel hoor, de volgende dag hadden we een filmpje van zo’n mooie zwart-witte zwerver. Iets minder fortuinlijk ging het zijn familielid(?) af. De volgende dag vonden we hem in een veldje verderop. Blijkbaar was er al een beest aan het slepen geweest met het karkas van de dode das want er ging een bruinrood spoor door de sneeuw.

Herten spotten valt momenteel ook niet mee. Met hun donkere wintervacht vallen de reeën en edelherten weg tegen de zwart witte achtergrond. Daarbij vormen de edelherten nu grote roedels. Je ziet er dus geen één, of een heleboel tegelijk. Wij hadden het geluk een roedel te spotten. Weliswaar geen grote geweidragers (die vormen aparte roedels, los van de hindes) maar toch fantastisch om te zien!

De Franse keuken

Een reis naar een ander land kan niet worden afgesloten zonder de lokale keuken geproefd te hebben. Daarom leek het ons afgelopen zomer op reis naar Spanje goed daar meteen mee te beginnen.

Bij aanmelding in het hotel ‘Logis Auberge le Centre’ vraagt de vrouw van de receptie of wij gebruik willen maken van het restaurant of bistro voor een diner. Ja hoor, eten in het restaurant –echt Frans eten zegt ze nog- lijkt ons een goed idee. Fout!
Om kwart voor 8 gaan we naar het restaurant. Deze blijkt klein: zes tafels. We kiezen een aperitief: Peter gaat voor een klein wijntje en Annette kiest voor ‘Le Summer Cup’. Iets wat van tropisch fruit zou moeten zijn maar erg smaakt naar multifruit van de Lidl. Daarna volgt de menukaart: in het Frans. We gaan dit keer voor veilig: kip, varken en een nagerecht met ‘sorbet’. Ieder gerecht blijkt een klein hapje waarbij nauwelijks determineerbaar is om welke gang het gaat. Een groene smurrie in slangvorm proeft verdacht veel naar brocolli, een zacht ei met spek zal ongetwijfeld die ‘porc’ van de kaart zijn. We zien er de lol wel van in en eerlijk is eerlijk, het smaakt erg goed.

Als we een paar gangen hebben gehad worden we weer voorzien van schoon bestek. Komt er nog iets? Is dit die dikke sorbet waarop we hopen? We wachten… en wachten… Inmiddels zijn al een flink aantal gasten vertrokken. Na drie kwartier wachten en een halve liter wijn (Haute Poitou) is Peter zijn geduld op. Zodra de eigenaresse met een karretje stinkkazen komt aanrijden om wat gasten hun wellicht smakelijk maar afgrijselijk geurende nagerecht te serveren schiet Peter haar aan. Ondanks of dankzij zijn aardig woordje Frans begrijpt ze direct wat hij bedoelt. Inderdaad komt het nagerecht eraan alleen heeft ze vandaag onderbezetting in de keuken. Gelukkig komt nu al snel het nagerecht. Op een bord ligt een sliert die lijkt op een dikke regenworm die enorm zuur citroenachtig smaakt. Er zijn wat stukjes cake omheen gedrapeerd en er ligt een drolletje sorbetijs naast. Een egeldrol wel te verstaan geen hondendrol formaat. Vier rimpels rijker springt Peter op van zijn stoel en vraagt de rekening.

Apekoppen

Al eerder was ik een keer naar het Renkums beekdal gegaan opzoek naar pruikzwammen (of apekoppen, zo worden ze ook wel genoemd). Een grote zeldzame paddenstoel die eruit ziet alsof iemand een pan spaghetti tegen een boom gegooid heeft. Met een laatste tip lukte het vandaag de zwam te vinden. Helaas was het al erg donker toen ik op de plek kwam. In het licht van de auto koplamp een foto kunnen schieten. De zwam wordt al wat geler en is al erg ver. Desondanks een prachtig gezicht! Nu we de locatie weten gaan we volgend jaar natuurlijk weer kijken.

pruikzwam (Hericium erinaceus)
pruikzwam (Hericium erinaceus)
pruikzwam (Hericium erinaceus)
mijn hand ter vergelijking

Achttien oranje ogen

Tussen de groene en oranje wordende blaadjes zie ik een bruin kopje. Diep oranje ogen met daarin zwarte pupillen kijken me nijdig aan. Twee oorpluimen die geen echte oortjes zijn omhoog gespitst.
De laatste middagzon schijnt af en toe net op een geel bruin verenkleed. Zachtjes valt een braakbal met daarin een compleet muizenskelet op de parkeerplaats. Het was vanmiddag werkelijk genieten. Niet één, nee, maar liefst negen ransuilen hebben hun winterverblijf gevonden vlak voor de deur bij Esther. Daar zitten ze in alle stilte te wachten tot het laat genoeg is om vleermuizen of muizen te gaan vangen. Zo tegen het eind van de herfst zoeken uilen elkaar op en gaan ze op zogenoemde roestplekken zitten. Blijkbaar vonden deze uilen een boom in het midden van een woonwijk een geschikte plek. Ik vraag me dan af of ze daar met elkaar geen mot over maken. Zoiets als: “ik zei nog dat dit geen goede boom was. Jij moest zo nodig deze boom kiezen.”

Hoe het ook zij, het levert prachtige beelden op. Esther, hartelijk dank dat je dit met ons wilde delen!

Bokkepruiken en gezwam

Je hebt het vast wel eens, je gaat vrijdag wat vroeger uit je werk om op zoek te gaan naar zeldzame pruikzwammen. Heb je met redelijk nauwkeurige aanwijzingen de plek waar ze volgens de overlevering groeien gevonden, staat na een uur zoeken de teller nog op 0! Vandaag was dus zo’n dag. Na honderd pruikzwam-loze dikke eiken en beuken te hebben gezien begin ik de moed te verliezen. Uiteraard is het complete incompetentie van mijn kant, dat ik ze niet vind. Nog een honderd bomen verder verleg ik de focus op andere zwammen en paddo’s. Hier in het Renkums beekdal groeien er talloze. Doordat de natuurbeheerders dood hout laten liggen een eldorado voor paddenstoelen.

En dan… juist op het moment dat ik voor een mooi setje honingzwammen op je buik lig, de camera helemaal goed hebt ingesteld, mijn adem inhoud en klik hoor ik achter me mensenstemmen. Er is een soort dwingende logica voor zulk soort zaken. Hoe kan het toch dat altijd precies hét moment opeens een kudde mountainbikers voorbij komt razen. Dat opeens een complete kleuterklas gillende kinderen uit de bosjes komt rennen of een horde dolle honden besluit dat tussen jouw lens en het object de beste plek is om een gat te gaan graven. Het is voor mij een raadsel.
Maar dit keer viel het mee. Met mijn vriendelijkste gezicht zeg ik goedendag toen twee dames met hun hondje langs komen wandelen. Dan de vraag, of ik die bosuil een eentje verderop heb gezien.
Ze wijzen me de weg naar de uil, met instructies die variëren van die derde boom rechts, vlak voor de beek rechtsachter wordt ik het bos ingestuurd. Ik moet toegeven, het kost me alsnog een tijdje voor ik het uiltje gevonden heb maar wacht een prachtbeest! Slapen tegen de stam van een els zit hij verscholen achter de takken zijn middagdutje te doen. Hij trekt zich niets van me aan en ik kan heerlijk foto’s schieten. Zo veranderd een mislukte zoektocht opeens in een verassing!

En voor wie de exacte GPS-coördinaten van die pruikzwammen heeft, ik houd me alsnog aanbevolen!

bosuil (Strix aluco)

Herfst

Langzaam en stiekem gaan de herfstachtige zomerdagen over in zomerse herfstdagen. Van alleen het woord al lopen de frisse rillingen me over de rug: herfssst. En toch, hoewel het hele seizoen in het teken van afsterven en verschrompelen staat is het een prima seizoen om er eens lekker op uit te trekken. De bladeren aan de bomen en paddenstoelen die overal spontaan opkomen vertonen een kleurenpracht die geen schilder op zijn ezel kan krijgen. De Engelsen hebben dan ook een wat milder, warmer woord voor deze tijd: autumn. Jawel, de herfst kan juist bijzonder mooi zijn en verassen. Terwijl de regen in je gezicht striemt kun je genieten van dieren die hun winterverblijf aan het zoeken zijn. Zo zat er enkele weken geleden een ringslang op onze stoep en vonden we in de Ardennen vuursalamanders. Reeën die wegrennen door de flarden van mist. Vogels die elkaar opzoeken om aan de lange tocht naar het zuiden te beginnen. Blaadjes aan de ratelpopulieren die als de wind ze teistert klinken als een daverend applaus. De herfst: verre van saai en grauw!

Vuursalamander (Salamandra salamandra terrestris)

Afbeelding 1 van 10

Bontkraagjes in de bergen

Je kunt hier zo ver weg kijken, hier moeten wel marmotten zitten. Peter ziet de eerste. Heel in de verte kunnen we duidelijk een groot knaagdier zijn hol in zien rennen. Dan ziet Annette een dikke vette marmot uitgevloerd op een rots liggen. Zijn pels lijkt wel extra dik zoals hij ligt. Hij zit op loopafstand. Peter tijgert er op af. Al snel blijkt dit bontkraagje niet alleen te zijn. Een hele familie heeft hun intrek gedaan in deze berg.

Het zou racistisch zijn om te benoemen dat de marmot eigenlijk allochtoon is voor Spanje, maar de marmot is geïmporteerd uit de Alpen voor de jacht. Als Peter te dichtbij komt heeft de leider van de groep er genoeg van. Hij gaat hoog op zijn achterste poten staan en gilt moord en brand. In een ogenblik zijn alle pluizenballen verdwenen in de talloze holen. Behalve onze dikke vriend. Die draait zich nog even rustig om. Hij laat zich duidelijk niet gezeggen en blijft macho op de rots liggen. Peter kan hem goed benaderen en probeert hem van achteren te besluipen. Als Peter heel dichtbij komt besluit hij toch maar binnen verder te slapen. Hij schiet de rots af. Peter sprint het laatste stukje en loopt om de rots heen. Onze dikkerd had dit duidelijk niet verwacht. In de deuropening van zijn hol kijkt hij toe waar die asociale bruut gebleven is die zijn middagdutje durft te verstoren. Zonder dat hij weet dat die ondertussen achter hem staat. Op anderhalve meter afstand kijkt Peter naar een dikke harige kont en staart. Maar met een telelens en converter daarop geschroefd begin je in zo’n geval niets. Het enige wat overblijft is geruisloos de converter er tussen uit te halen. De eerste klik echter is voor de marmot als een pistool wat geladen wordt. In een fractie van een seconde draait hij zich om en staart met grote ogen verblind van schrik naar een gigantisch wezen die daar met zijn camera staat te tobben. Het volgende moment is hij verdwenen. Foeterend en tierend wellicht zit hij daar nu nog in zijn hol over hoe dit hem heeft kunnen gebeuren. Het zal hem lang bijblijven.

 alpenmarmot (Marmota marmota)
het bondkraagje
Valle de Hecho
Valle de Hecho
 alpenmarmot (Marmota marmota)
alpenmarmot (Marmota marmota)

de Viaanse put

Terwijl je van het huidige herfstweer ook redelijk in de put kan raken zijn we enkele weken geleden nog letterlijk in de put geweest. De Viaanse put wel te verstaan, onder de rook van de A2 ligt pal naast de rivier de Lek deze recreatieplas. Een plekje waar veel mensen even een frisse neus halen of de hond uitlaten maar ook een prima plek voor een frisse duik. Door de zandbodem is het water er prachtig blauw. Vlak bij de rand is de bodem vrij ondiep maar in het midden van de plas moet het vrij diep zijn. Toen we er een keer gingen duiken hebben we de bodem niet gered. Vooral op de rand tussen het ondiepe en diepe gedeelte voel je de kou je tegemoet komen.

We gingen naar het mooiste plekje om te snorkelen. Vanaf de parkeerplaats links en dan in het gebied waar je hond vrij los kan lopen meteen richting de waterkant. Er is daar onderwater een schiereilandje wat erg mooi begroeid is. Je kunt het zelfs op de satellietbeelden van Google Maps zien liggen.

Al vrij dicht bij de kant zwommen een karper en een snoek haastig weg. Helaas alleen een registratiefoto kunnen maken. Een grote baars wilde wel uitgebreid poseren. Ook de honderden voorntjes zorgde voor wat aangename plaatjes. Hier en daar een zwanenmossel of wat zebramossels en het is heerlijk genieten.

Voorntjes (Cyprinidae sp.)

Een dag vol verassingen

Vandaag zouden we zogenaamde “zijwangen” voor onze Erdman Schmidt tent gaan kopen. Deze stukken doek kun je aan de zijkant van je tent bevestigen waardoor je een soort halletje krijgt naar buiten. In Drenthe woont Gjalt van der Wal die nog veel van ons al 15 jaar lang failliete favoriete tentenmerk verkoopt. We hadden hem gemaild met het type ritssluiting wat onze tent heeft. Hij had nog wel wat van deze flappen in bezit. Na een rit van anderhalf uur duiken we de bergplaats van een mooi Drents boerderijtje in, opzoek naar de begeerde onderdelen. Helaas, hoewel de ritssluiting overeen komt blijkt onze tent dusdanig oud (1993) dat de rits toch niet past. Of we interesse hebben in een ander model, vraagt de man. Hij heeft toevallig nog een tent -model Krekel- wat het grotere broertje is van onze huidige tent. Prijs komen we wel uit.
Hoe het gaat gaat het, maar een kwartier later staan we in zijn tuin een tent op te zetten. We zijn niet de enige die vandaag een oude tent bij hem kopen: nog 3 andere kopers staan in de tuin met een tent te stoeien. De tent is overcompleet met grondzeilen, speciale zalf voor je tentstokken en zelfs vlaggetjes. Zodra hij staat zijn we verkocht. Een prachtige grote tent! De eerste verassing van vandaag is een feit.

Na het “ophalen van de zijwangen” gaan we door naar het Dwingelderveld. Hier schijnt een grote populatie adders te zitten. Annette heeft via via wat plekken door gekregen. De eerste locatie bevindt zich langs een fietspad. Het lijkt wel of heel 65+ Nederland zich hier op dit moment op de fiets bevindt. Desondanks duurt het niet lang voordat Peter een klein vreugdedansje maakt. Een adder! Helaas zijn we veel te laat op de dag om goed foto’s te maken. De adders zijn nu helemaal opgewarmd en daardoor extra alert. Na een paar vlugge shots glijdt hij snel het struikgewas in.

Een vrouw komt naar ons toegelopen. Hebben jullie hem gevonden? luid haar vraag. Eh… ja, reageren we verbijsterd. Zien we er dan zo duidelijk als slangenzoekers uit?! U bedoelt die adders toch? reageert Peter. De vrouw kijkt onthutst. Adders….? Nee die geocache die hier moet liggen. We liggen in een deuk. Blijkbaar kun je toch op dezelfde plek zijn voor totaal andere redenen. De vrouw murmelt nog iets dat haar kinderen het zat zijn en neemt de benen.

Al snel vinden we meer adders. Vier stuks in totaal! Allemaal erg schuw, maar wat een prachtige beesten. We lopen nog even een stukje heide op en vinden klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) tussen de bloeiende struikhei en dophei.

We vervolgen naar locatie twee. Hier is het een stuk natter. We scoren de ene adder na de andder! (slecht woordgrapje, ik weet het). Soms staan we er bijna bovenop voor we ze zien. Topplaten worden het vandaag niet, daarvoor zijn ze veel te alert maar we zien er genoeg. Het resultaat van vandaag: 11 adders en natte schoenen voor Peter! We hadden gehoopt een adder te zien, maar zoveel is ook weer een pure verassing. We gaan voldaan naar huis!

Onze eerste geocache!

Afbeelding 1 van 13

Onze eerste geocache!

Kiekendieven kieken

Wie bij Kampina meteen aan een melkproducent denkt moet nodig eens naar buiten. Vandaag zijn we in de Kampina geweest. Een natuurgebied met bos, heide en beekdalen in Noord-Brabant. Maarten, Arné en ik gingen vroeg op pad, om 7:00 stonden we op de parkeerplaats. Zonder koffie welteverstaan want die stond vergeten op de keukentafel bij familie Roest. Al snel zien we op de weilandjes langs het pad reeën. Ze hebben nu nog een woeste vacht vol vale plekken door het wisselen van de wintervacht in een zomervacht. Het moment is prachtig: dauw op het gras, vogels die de nacht weg fluiten, een specht die opzoek naar zijn ontbijt en er lustig op los tikt. Alleen het tikken van de camerasluiter en verder niets. De atmosfeer is adembenemend mooi.

Iets verder worden we compleet verrast. Een ree staat op enkele meters van het pad als we hem passeren. Een moment staart hij ons roerloos aan om vervolgens weg te sprinten het schemerige bos in. Op het pad vliegt een goudvink op. Ook al zo’n prachtig beest. Vanuit het bos lopen we richting een vennengebied waar een kijkscherm geïnstalleerd is. Opeens vliegt en pijlsnel iets over ons heen. Een visarend is op de plassen bezig geweest om vis te verschalken. Bij het kijkscherm zelf is niet veel te zien, wat eenden en ganzen bevolken de plas. Het weer is wat bewolkt en fris. In een boom vlakbij zit echter een gekraagde roodstaart te zingen. Blij met alles wat we hebben gezien lopen we richting de heide. We horen iets tjirpen. Met lange halen wordt het tjirpen herhaald. Als ik niet met van die vogelkenners op pad was geweest had ik gedacht dat er een reuze sprinkhaan in de bosjes had moeten zitten. Ik vergis me echter, het gaat hier om een vogel: de sprinkhaanzanger. Bij sommige vogels vraag je je af waar ze hun naam aan te danken hebben (neem nou bijvoorbeeld de merel) maar bij deze is het onmiskenbaar! We wachten en wachten, maar hoewel het vogeltje treiterend blijft zingen laat hij zich niet zien. Als we op het punt staan het op te geven zie ik in een flits iets door het gele gras heen schieten. We houden ons muisstil en wachten. Maar dan wordt het wachten beloond! In een omgevallen dennenboom hupt meneer van tak tot tak. Af toe kunnen we snel een glimp van hem opvangen. Prachtig!

Na een setje registratieplaten lopen we verder. Op de heide bungelt een leeuwerik in de lucht. Met sierlijke duikvluchten komt hij af en toe naar beneden. We proberen zijn buitelingen vast te leggen maar oh wat is hij snel! Verderop bij de vennen vinden we ronde zonnedauw. Hoewel hij nog op de rode lijst staat, zie je hem tegenwoordig steeds vaker. Hij is officieel sinds begin dit jaar ook niet beschermd. Een prachtig plantje groeit op een polletje veenmos middenin het water. Ik leun met mijn voeten op een pol gras. Ik moet met mijn armen reiken om het plantje goed scherp te krijgen. Nog ietsje dichterbij voor een goed shot. Ik voel beweging bij mij voeten en ja hoor. Ik zak dwars door de pol zo het moeras in. Natte voeten, schoenen en broekspijpen, heerlijk.

We gaan richting huis. We hebben zoveel gezien dat we het gevoel hebben er al een dag op te hebben zitten. Dat terwijl het nog maar 12:00 uur is. Dit is pas nuttig je tijd besteden! Thuis gekomen vieren we de belevenissen met wat broodjes kroket. We denken na wat we vanmiddag nog kunnen doen. Annette wil nu ook wel mee. Hoewel de lucht wat betrekt rijden we richting de Zouweboezem. Hier in het riet broeden wat paartjes bruine kiekendieven. Nog voordat we de auto hebben geparkeerd zien we al een mannetje aan komen vliegen. Hij lijkt neer te storten in het riet. We worden goed voorzien vanmiddag. Je hoort ze van ver al roepen: een hoge krijsende schreeuw. De vliegshow gaat continue door, het mannetje en vrouwtje wisselen we elkaar af. Er blijken minimaal 3 kiekendieven te vliegen. Het onderscheid is bij de vrouwtjes te zien. De ogen van het jonge vrouwtjes zijn bruinzwart, naarmate ze ouder worden worden de ogen geler. Dit zie je terug op de foto’s. Eentje maakt zelfs nog even een duikvlucht. We schieten leuke kiekjes en zo toppen we deze topdag nog eens extra goed af.

Video:

Fotos:

De stilte

Afgelopen zaterdag weer heerlijk even naar de Veluwe geweest. Vanaf de Aardhuisweg bij Uddel een prachtige wandeling door de bossen gemaakt. Overal zie je hoe de natuurlijk de lente aan het inademt. De eerste groene blaadjes verschijnen al aan de bomen. Het wild liet zich ook nog even zien, hoewel de herten nog erg wegvallen met hun wintervacht in het donkere bos. Met vijf edelherten, drie zwijnen en twee mandarijneendjes(?!) viel onze score in het niet bij de ongelooflijke aantallen wild die Pieter en Jacob diezelfde dag zagen. Desalniettemin een prachtige tocht. Na verloop van tijd begon het zachtjes te regenen waardoor zelfs de fluitende vogels niet meer te horen waren. Alleen maar het geluid van vallende druppels in een doodstil bos vol met mist. Prachtig!

De laatste zonnestraaltjes

Al doende leert men…

Zachte blaffende geluiden. Geen geritsel of voetstappen. Ik luister nog eens goed: het komt dichterbij. Zou dat…? Echt waar…? Terwijl ik wakker wordt van deze geluiden en om me heen probeer te kijken ontdek ik wat de Sahel met je doet: mijn ogen voelen aan alsof ze gezandstraald zijn en op een heldere sterrenhemel na zie ik geen hand voor ogen.

‘Mijn zaklamp’ flitst het door me heen. ‘Waar is nou die felle zaklamp?’ Zodra ik mijn hand wil uitsteken naar de grond realiseer ik me dat ik buiten lig. Op een Hausa bed onder een klamboe. De klamboe is zorgvuldig ingestopt onder de matras om ongedierte als gekko’s, spinnen, loopkevers, schorpioenen en ander ongewenst gespuis uit m’n bed te houden. Snel naar een zaklamp op de grond grissen zit er niet bij. Fel is de meegenomen zaklamp evenmin en goede kwaliteit batterijen zijn lokaal moeilijk verkrijgbaar. Bovendien is het niet zonder risico om in het duister door de natuur te struinen waar onbekende giftige beesten op strooptocht zijn. Omdat ik mijn ogen amper open krijg door de droge lucht gemengd met fijn stof leg ik mij neer bij de situatie. Mijn lippen zijn gescheurd van de droge lucht die met een zwoele wind over het bed waait. Ik draai me om en blijf luisteren naar roepende woestijnvossen die vanaf twee locaties heel dichtbij zijn. Volgende keer toch die MagLite onder m’n kussen leggen!

De volgende morgen vinden we twee locaties waar de vossen holen hebben gegraven.

Loeren in het bos

’s Avonds gaan we het bos in om wild te spotten. Vanmiddag zijn we langs een wildkansel gelopen midden in het bos. We hebben goede hoop dat daar wat langs komt. Helaas is het bouwwerk niet sterk genoeg om twee personen te houden. Gelukkig hebben we ook een één-persoons schuiltent bij ons. Peter heeft deze vlak voor de vakantie op de kop weten te tikken. Daar zitten we dan. Annette in de wildkansel achter mij en ik in de schuiltent.

Notitie voor de volgende keer: een krukje meenemen! Na een half uur geknield te hebben gezeten switch ik toch maar naar kleermakerszit. Respect voor monniken die geknield mediteren. Die boomwortels onder de tent helpen ook niet bepaald. Maar dan loopt er opeens een edelhert voorbij! Gelukkig lukt het me om via het onderste kijkgat een foto te schieten. Ik probeer mijn camera op het statief voor het bovenste kijkgat te monteren. Zo’n schuiltent valt niet op, maar zo’n vierkante bewegende struik is toch wat te veel van het goede. Het hert sprint er vandoor terug het bos in.

De temperatuur in de tent begint inmiddels te stijgen. Naast de inspanning zorgt de natte bosbodem voor een hoge luchtvochtigheid. Het niet ademende polyester van de schuiltent zorgt voor een saunagevoel. Op de buitenkant landen de eerste dorstige muggen. Ik hoop dat ze de weg naar binnen niet ontdekken.

In de verte horen we raven. Dit kan beteken dat er een wolf in aantocht is! Raven volgen wolven vaak zodat ze een ‘graantje’ mee kunnen pikken als de wolf een prooi verschalkt. Met de pen van het logboek kan ik zo nu en dan de flap van de tentopening opzij schuiven om te controleren of er nog wild langs komt. Tot twee keer toe horen we vlakbij herten blaffen. Helaas blijft het daarbij. Als het te donker is om nog verder logboek te schrijven breken we op. Om 21:30 uur lopen we terug naar de auto. Onderweg naar de auto overrompelen we enkele herten die op enkele meters van ons vandaan het bos in stieren. Het is al te donker om ze nog te kunnen zien.

edelhert (Cervus elaphus)
edelhert (Cervus elaphus)

falderalderiere waterralderare

“Wat zou het gaaf zijn als we nu een roerdomp zien.” Hoor ik Maarten naast me verzuchten. “Wel jammer voor Annette die al vooruit gelopen is”, vervolgt hij.

We zien er niet uit, van onze kruin tot onze schoenen zit de modder. We hebben er een prachtige tocht opzitten door de uiterwaarden van Everdingen. En met veel succes, maar liefst vier waterrallen! Een pijlstaart, regenwulpen, watersnippen, buizerds, wintertalingen, slobeenden, aalscholvers, torenvalken, fazanten, reeën, zilverreigers en wat graspiepers. Kortom een topdag! We lopen naar de auto, nat van het languit achter je lens liggen in het natte riet, koud van het ijs wat her en der nog ligt. Het laatste stukje van het rondje gaat over de asfaltweg, terug naar de auto. Links van ons liggen de uiterwaarden, daarachter stroomt de Lek.

… “Misschien is het ook gewoon een kwestie van je ogen trainingen om ze te kunnen zien. Die roerdompen vallen echt niet op in het riet”, hoor ik mezelf zeggen. Halverwege de zin stop ik. Voor ons midden in een rietland staat een gouden standbeeld te midden van een zee van bruin. Terwijl ik mijn telelens voor mijn oog plaats zeg ik nog: “het zal toch niet?”
En ja hoor! Als kers op de taart staat midden in het riet de roerdomp!! En daar komt Annette met de auto aan! De roerdomp loopt rustig rond te banjeren en we kunnen hem uitstekend bekijken. Deze dag kan niet meer stuk!

Video:

Nachtbrakers

Laat je nooit misleiden door het woord ‘nacht’ in de naam van een dier. Deze viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis) kwamen we midden op de dag tegen in de woestijn.

We hadden ons voorafgaand aan onze reis goed ingelezen met onze Engelstalige reisgids over Niger. Toevallig vonden we bij de bronnen van de gids dat er een Nederlander had meegewerkt aan de sectie over vogels. Hij beheerde ook een database over de vogels die er voorkomen.

Na onze reis besloten we contact op te nemen met deze man. Wat wil het toeval? Hij woonde een paar huizen verder dan Hanna. Onze foto’s zijn nu onderdeel van de database: www.wabdab.org

viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis)
viervleugelnachtzwaluw (Caprimulgus longipennis)

Alpenanemoon

De Grote St. Bernhardpas verbindt het Zwitserse Val d’Entremont met het Italiaanse Valle d’Aosta. Ga je ooit die kant op, zorg dat je niet in de tunnel geraakt maar neem de slingerweg de berg over! Karel de Grote en Napoleon hebben deze pas te paard overgestoken. Een prachtige rit langs besneeuwde toppen, ijskoude watervalletjes en bergweides vol bloemen. Hier een foto van een alpenanemoon (Pulsatilla alpina). Onze Garmin autonavigatie vond de route overigens niet echt een succes. De hele toch heeft hij lopen kermen in zijn beste Italiaans dat we rechtsaf moesten slaan op Strada Statale del Gran San Bernardo. (een hele lange zin voor een navigatiesysteem)

alpenanemoon (Pulsatilla alpina)
alpenanemoon (Pulsatilla alpina)

Silurus glanis

In een waas zie ik een geel gevaarte langs mijn hoofd heen suizen. Een fractie van een seconde later klapt het blad van Annette’s peddel op het water. Vanaf dit moment gaat alles in slow-motion. Eerst een gigantische kolk. Dan een enorme plons, water wat overal heen spat, een gillende Annette en vervolgens een bijna kapseizende kano.  Verbijsterd staar ik voor me uit, de onderwatercamera nog in mijn hand waarmee ik net een foto aan het maken was. Ik hoor mezelf stamelen: … ik zei toch dat ie niet dood was?

Terug 5 seconden in de tijd, meneer Meerval geniet rustig van zijn middagdutje na een ochtendje jagen. Hier in deze inham in het riet kan niets hem storen. Geen reigers, boten of andere meervallen die hem kunnen irriteren. Rustig doezelt hij in slaap deinend op de stroming van de rivier de Biebzra. Een vredig leventje, al zegt hij het zelf. Echter…. als hij bijna in dromenland is wordt hij ruw gestoord. Een gigantisch geel gevaarte komt met een enorm geweld boven kop op het wateroppervlak vallen. Totale paniek barst los in zijn hersenpan. Met dat gele geweld boven hem moet hij naar beneden maar daar ziet hij een mensenhand een raar apparaat voor hem houden. Dan maar in de aanval, recht vooruit! Voor volk en vaderland!  Gelukkig! Hij weet zijn weg te vinden naar de diepte, weg bij deze onruststokers.

Even later kijk ik tijdens het peddelen de foto terug die ik met de onderwatercamera gemaakt heb. De vin op de foto is overduidelijk een meerval. De Europese meerval (Silurus glanis). Hij was springlevend. Ach het zal in de aard van de onderzoek(st)er zitten dat je alle dood-ogende dieren toch even moet controleren op polsslag. Maar stiekem had ik toch gelijk.

 

 

Culinaire uitspattingen: reisinspiratie

Tijdens onze reizen schrijven we een logboek waarin we verslag doen van onze avonturen. In een aantal blogposts selecteren we de leukste verhalen en avonturen met bijbehorende foto’s.

De feestdagen zijn een uitstekende gelegenheid om eens wat nieuwe recepten te proberen, geïnspireerd door reizen van het afgelopen jaar. Reizen biedt een gelegenheid om eens in een vreemde en nieuwe ‘keuken’ te kijken. In Polen gingen we eten bij Restauracja Pokusa in Białowieża (dorp). Het menu bestond uit koude roomsoep met gebakken aardappels of salade met eendenborst-filet (voorgerecht), hertengoulash met aardappelcake en haricotverts of eend in cider met rode bietjes en dumplings (hoofdgerecht). Als toetje kozen we een ijssorbet of een toetje met room, chocolade en suikerspin. Met een Oekraïens biertje (Peter) en een flesje cola (Annette) erbij smaakt het verrukkelijk.

In Belarus werden we onverwacht door onze gastheer, Sascha, in de watten gelegd. Hij had zich -in zijn vakantie!- uitgesloofd om ons de Nationale Belarussische gerechten te laten proeven. Bij aankomst had hij alvast avondeten voor ons gemaakt. In de oven staat aardappelschotel en gebraden eendenbouten. Wit-Russische gastvrijheid verklaren ze, we zijn verbaasd. In Nederland zal dit niet snel gebeuren als je een huisje huurt.

Op de dag van vertrek ontvingen we ’s ochtends een berichtje dat ze een verrassing voor ons hadden. Rond half elf een berichtje met het verzoek de oven aan te zetten!? Bij aankomst bleek waarom: we gingen eerst gezamenlijk uitgebreid dineren ’s ochtends om 11 uur. Aardappels en vlees uit de oven met een pittige knoflooksaus. We hadden geen honger op de terugreis.

Misschien wel het meest bekende (Bela)Russische gerecht is: borsjtsj! De eerste dag vorst en sneeuw van dit jaar waren voldoende voor een culinaire uitspatting: home made Zurek en Borsjtsj! Zowaar smaakt het ook nog een beetje zoals in Polen en Belarus. Met dank aan het recept van Sascha en een ruime interpretatie van translate.google.

31 december

Om het jaar mooi af te sluiten zijn we vanochtend toen iedereen nog op bed lag opgestaan. Een mooie wandeling door de bossen van Elspeet gemaakt. Het bos hing vol mist en alles was stijf bevroren. De afgevallen bladeren leken wel bestrooid met kristalsuiker. Glibberend over het grindpad zijn we bij Mennorode gestart. Een voettocht van zeker 15 kilometer verder hebben we gezien: 3 hindes, wat goudhaantjes, matkopjes, kleine bonte specht, raaf, eekhoorn en een prachtig herfstbos. Helaas was het grote wild foetsie. Was het het vuurwerk? Het einde van de bronst of de mist? In ieder geval nog nooit zo weinig gezien. De mooie bos plaatjes maken het toch nog een beetje goed.

Daarom iedereen bij deze een goed jaarwisseling gewenst en alvast een mooi, gezegend, wild-rijk 2017 toegewenst!